maandag 22 februari 2016

After bad Lok comes good fortune - Gypsy proverb



Dinsdagochtend, half 10. Ik zit met een bak (Engelse!) thee aan m’n eettafel met uitzicht op de buren. Op de achtergrond hoor ik de wasmachine zijn best doen mijn stinkende werkkleding weer schoon te krijgen (af en toe maakt dat ding dusdanige braakgeluiden dat ik de neiging heb terug te schreeuwen ZO VIES ZIJN DIE KLEREN NOU OOK WEER NIET!? ALSOF JE HET ZOVEEL BETER HAD TOEN JE GREAT GRANNY’S  ONDERGEPISTE ZOOI VOOR JE KIEZEN KREEG!?) Zolang ik niet beweeg gaat zitten prima (daarover later meer…) en zo lang ik mezelf niet hoef te zien kan ik ook best doen alsof m’n neus helemaal niet zo heftig verbrand is. Een 11, op een schaal van 1 tot 10. Er zijn getuigen die dit kunnen bevestigen. Dan heeft u weer even een beetje een beeld van hoe de vlag erbij hangt.

Ik ga even terug naar afgelopen zaterdag. M’n 6e werkdag in 7 dagen tijd, wederom zo’n 28 graden in de kas. Tijdens de eerste pauze zag collega S. mij dusdanig ontevreden op een wortel kauwen dat ze er een opmerking over maakte. Toen kon ik niet anders meer dan bevestigen dat ik dat inderdaad niet geheel vrijwillig deed, sterker nog, ik kon haar wel verzekeren dat ‘back home’ men heel hard zou moeten lachen als ze zouden weten dat mijn pauzevoer bestond uit 3 wortels. Trieste feit was dat ik inmiddels echt niets anders eetbaars meer in huis had dat als snack zou kunnen dienen. Grappig trouwens om te zien wat er hier allemaal uit de lunchboxes tevoorschijn komt. Collega J. uit India bijvoorbeeld, tovert allerlei kruidige rijstshizzle in/met de magnetron. Andere collega’s besmeuren crackers met avocado of houmous of werken complete zelf gefabriceerde salades naar binnen en dan heb je nog al die verschillende fruithapjes en allerhande baksels (zowel warm als koud)… maar helemaal nie-mand eet hier brood! Hoera! Ik hou namelijk zelf ook HELEMAAL niet van brood, maar toen ik dat op mijn vorige werk vooral NIET at kreeg ik alleen maar commentaar (‘zo, aan het lijnen?’ Flikker op, ik vind brood gewoon vies). De eerste paar dagen moest ik de drang om aantekeningen te maken over de inhoud van de lunchboxes sterk onderdrukken maar vanaf vrijdag zat ik eigenlijk alleen nog maar watertandend naar al dat voedsel te kijken. Ik had 8 dagen daarvoor namelijk voor het laatst zelf boodschappen gedaan en zoals het hoort had ik al het lekkers al in de eerste paar dagen opgevroten en zat ik nu dus met de gebakken peren (was het maar zo’n feest)…. Euh, rauwe wortels dus. Die lunchboxes zelf zijn ook nog eens met enige regelmaat onderwerp van gesprek, want ze zijn echt SUPER handig (schijnt). Sistema heet de lokale Tupperware-fabrikant hier en ze maken dus plastic bewaardozen in allerlei soorten en maten. Helemaal hip.  Nog zo’n frappante pauzeconstatering; er is één tafel waar men met z’n allen (variërend van 5 tot 10 mensen per dag) omheen zit. Tot nu toe is de populatie onder te verdelen in Jeugd (19-23), vrouwen van middelbare leeftijd (stuk of 6) en de Indiër (die niemand verstaat, eigenlijk). Oh, en ik dus. Ik ben VEEL te oud voor de jeugd en voel me VEEL te jong voor het vrouwenclubje. Het schijnt dat mijn leeftijdscategorie sowieso niet zo ruim vertegenwoordigd is in dit land, alle 25-35 jaar oude Kiwi’s zitten in Australië om te werken. Lekker dan.

Anyways, collega S. (behorende tot de Vrouwencategorie) zag mij met grote tegenzin die wortel verorberen en na mijn verhaal aangehoord te hebben (geen auto dus geen boodschappen, blablabla) bood ze aan mij die middag na het werk naar een supermarkt te escorteren, top! De rest van de dag kon ik alleen nog maar denken aan dat koude biertje dat ik die avond voor m’n bungalowtje achterover zou gooien. En daarna nog één, en nog één enz… Rond half 4 ’s middags hadden we de laatste gerbera’s van die dag tot bosjes verwerkt en konden we vertrekken, in keihard meurende werkkleding. Collega S. bleef in de auto op me wachten en ik moest me vooral niet opgejaagd voelen ‘take your time’. Okeeeeeeeee! En lossssss! Karretje volgepleurd en vol goede moed naar de schappen met drank! ALCOHOOOOOOL, HERE I COME! Oi, oi, oi, wat een prijzen! Bier is werkelijk waar NIET te betalen (als je een budget hebt en zuunig an wil/moet doen) dus dan maar wijn! ZO VEEL KEUZE! Toch maar iets gegrepen dat in de aanbieding was (blijf toch Hollandert he!?) en vlak voor de kassa ook nog een fles cider uit de koeling gegrist. Toen was het mijn beurt aan de kassa en scande de blonde, 16-jarige caissière, plichtsgetrouw mijn ENORM volle kar boodschappen. Tot ze bij de fles wijn aankwam (de fles cider was al in een plastic zakje verdwenen, super ongemakkelijk trouwens, zo’n opgeschoten gast van een jaar of 20 die je boodschappen in zakjes stopt, dat kan ik toch prima zelf!?) en er INEENS een zwaailicht begon te knipperen en er een enorm alarm begon te loeien. Uit het niets kwam er een superior/manager aangesneld met een intens zuur hoofd die om mijn ID vroeg. Pardon!? Nouja, haha, gut, prima, hier heb je mijn rijbewijs. “sorry, that’s not acceptable, it’s not from New Zealand…” NO SHIT, SHERLOCK! Waarop ik braaf en ietwat geïrriteerd antwoordde; “well, that’s because I’M not FROM  New Zealand, I’m Dutch! This is my driver’s licence and this –points- is my date of birth, 1986, you see. I’m 29!’ Zuur hoofd schoof m’n rijbewijs weer terug in mijn handen, schudde haar hoofd en mompelde  ‘that’s not acceptable, I need your passport otherwise no alcohol’. WAIT, WHAT!? ARE YOU KIDDING ME!? Dit is me serieus sinds m’n 14e niet gebeurd, ik hoef NOOIT m’n ID te laten zien en dan nog, er stond echt SU-PER duidelijk m’n geboortedatum, waar zouden die getallen anders op moeten slaan!? Maar nee, zuur hoofd wilde er geen woorden meer aan vuil maken, viste ook de fles cider nog even uit het plastic zakje en liep gewoon weg, ALSOF ZE DAARMEE NIET ZOJUIST MIJN HELE WEEKEND NAAR DE TERING ZOU HELPEN!?  Ik heb nog even intens verbaasd om heen gekeken in de hoop dat ik bijval zou krijgen van iemand achter me in de rij, maar nee, iedereen keek vooral heel indringend een ANDERE kant op. Godverdetering. Waarop blondie achter de kassa ook nog meende te moeten vragen ‘So, are you in New Zealand as a student..” Fok jou, blondie. Ga nu niet ineens attent lopen doen. Dus toen heb ik heel kortaf geantwoord ‘No, I’m a teacher…’. Einde gesprek. Einde vooruitzicht op welverdiend koud glas alcohol. Maar ik ben nu wel de trotse bezitter van een Sistema lunchbox, dus ik hoor er in ieder geval echt helemaal bij straks, op m’n werk.

En toen was ik drie dagen vrij! Zondag wat gewandeld en in het zonnetje m’n boek (nummer 4) uitgelezen, daarbij niet helemaal op de tijd gelet en dus weer GRUWELIJK verbrand. Alleen m’n neus en voorhoofd dit keer, maar dan ook echt GRUWELIJK dus ik loop er nu bij als een mobiele alarmknop, heel charmant.


Gisteren heb ik M.’s fiets geleend. M. is net als de rest van de populatie hier ongeveer 1.60m maar heeft als enige een relatief ‘normale’ fiets. Andere fietsen die ik kan lenen zijn of racefietsen OF mountainbikes en daar hou ik niet van. Ik kan het gewoon niet, snap niet dat mensen comfortabel op zo’n fiets kunnen zitten met zo’n kromme rug en je blik op het asfalt. M.’s fiets heeft wel een heel hard (zogenaamd sportief) zadel waar ze eigenlijk een zeempje bij zouden moeten leveren (oi, oi, oi). Ik had op Google Maps gezien dat ik vanaf hier naar Lake Ellesmere zou kunnen fietsen, zo’n 8 km, wat daar niet bij stond was dat de helft van de route uit grindpad bestond. Nouja, grindpad? Het was alsof ik op de fiets door een ballenbak moest, zoiets. Bijzonder slecht plan, maar omdat ik toch al zo ver was kon ik net zo goed ff doorzetten. Het meer stelde niet zo veel voor (echt, niet alles in Nieuw-Zeeland is fotowaardig…) maar voelde me wel een klein beetje trots dat ik het had gehaald. Er was verder ook helemaal niets of niemand bij dat meer dus fijn even een tijdje voor me uitgestaard en de rust + ruimte in me opgenomen (echt heel erg mindful dit…). Toen besloten om toch ook de 10 km naar Lincoln te fietsen. Zo gezegd, zo gedaan. Grotendeels over een weg waar automobilisten 100 km/h mogen rijden en waar ze de schurft hebben aan fietsers.  Eigenlijk bestond de hele rit uit twee lange, rechte wegen. Alsof ik weer 12 was en naar de middelbare school moest fietsen… op een veel te kleine fiets… met een helm op…. en een heel hard zadel… en met een verbrande neus. Gelukkig kent niemand mij hier. Niet per sé een heel prettige activiteit maar wel fijn om actief te zijn en even weg van het bedrijventerrein. Uiteindelijk zo’n 32 kilometer gefietst gisteren en eenmaal terug bij m’n bungalowtje op bed geploft (zitten was echt even geen optie) en aan mijn 5e boek begonnen.

Ik kan al wel concluderen dat ik hier voor mijn doen bovengemiddeld veel lees en slaap, heerlijk. Dat heb ik heel lang niet zo goed gekund. ’s Avonds beginnen mijn ogen rond een uur of 9 echt al wel dicht te vallen en slaap ik dan tot een uurtje of 7 de volgende ochtend door. Ik bedacht me ook dat ik de afgelopen week voor het eerst sinds 3 maanden weer iets van structuur heb. Sinds ik m’n sleutelbeen heb gebroken (31 okt.) heb ik namelijk geen ‘normale’ werkweek meer gemaakt en heb ik eigenlijk ook amper bewogen. Ik begin hier een beetje te aarden, ben er nu iets meer dan twee weken, heb geconcludeerd dat ik mijn ingewikkelde airco ook gewoon UIT kan zitten in plaats van kou te gaan zitten lijden (klein eurekamomentje hoor…) en begin wat betreft het leven hier ook wel een beetje m’n draai te vinden…

… Ik ga in ieder geval NOOIT meer zonder paspoort naar een supermarkt. 

6 opmerkingen: