maandag 22 februari 2016

After bad Lok comes good fortune - Gypsy proverb



Dinsdagochtend, half 10. Ik zit met een bak (Engelse!) thee aan m’n eettafel met uitzicht op de buren. Op de achtergrond hoor ik de wasmachine zijn best doen mijn stinkende werkkleding weer schoon te krijgen (af en toe maakt dat ding dusdanige braakgeluiden dat ik de neiging heb terug te schreeuwen ZO VIES ZIJN DIE KLEREN NOU OOK WEER NIET!? ALSOF JE HET ZOVEEL BETER HAD TOEN JE GREAT GRANNY’S  ONDERGEPISTE ZOOI VOOR JE KIEZEN KREEG!?) Zolang ik niet beweeg gaat zitten prima (daarover later meer…) en zo lang ik mezelf niet hoef te zien kan ik ook best doen alsof m’n neus helemaal niet zo heftig verbrand is. Een 11, op een schaal van 1 tot 10. Er zijn getuigen die dit kunnen bevestigen. Dan heeft u weer even een beetje een beeld van hoe de vlag erbij hangt.

Ik ga even terug naar afgelopen zaterdag. M’n 6e werkdag in 7 dagen tijd, wederom zo’n 28 graden in de kas. Tijdens de eerste pauze zag collega S. mij dusdanig ontevreden op een wortel kauwen dat ze er een opmerking over maakte. Toen kon ik niet anders meer dan bevestigen dat ik dat inderdaad niet geheel vrijwillig deed, sterker nog, ik kon haar wel verzekeren dat ‘back home’ men heel hard zou moeten lachen als ze zouden weten dat mijn pauzevoer bestond uit 3 wortels. Trieste feit was dat ik inmiddels echt niets anders eetbaars meer in huis had dat als snack zou kunnen dienen. Grappig trouwens om te zien wat er hier allemaal uit de lunchboxes tevoorschijn komt. Collega J. uit India bijvoorbeeld, tovert allerlei kruidige rijstshizzle in/met de magnetron. Andere collega’s besmeuren crackers met avocado of houmous of werken complete zelf gefabriceerde salades naar binnen en dan heb je nog al die verschillende fruithapjes en allerhande baksels (zowel warm als koud)… maar helemaal nie-mand eet hier brood! Hoera! Ik hou namelijk zelf ook HELEMAAL niet van brood, maar toen ik dat op mijn vorige werk vooral NIET at kreeg ik alleen maar commentaar (‘zo, aan het lijnen?’ Flikker op, ik vind brood gewoon vies). De eerste paar dagen moest ik de drang om aantekeningen te maken over de inhoud van de lunchboxes sterk onderdrukken maar vanaf vrijdag zat ik eigenlijk alleen nog maar watertandend naar al dat voedsel te kijken. Ik had 8 dagen daarvoor namelijk voor het laatst zelf boodschappen gedaan en zoals het hoort had ik al het lekkers al in de eerste paar dagen opgevroten en zat ik nu dus met de gebakken peren (was het maar zo’n feest)…. Euh, rauwe wortels dus. Die lunchboxes zelf zijn ook nog eens met enige regelmaat onderwerp van gesprek, want ze zijn echt SUPER handig (schijnt). Sistema heet de lokale Tupperware-fabrikant hier en ze maken dus plastic bewaardozen in allerlei soorten en maten. Helemaal hip.  Nog zo’n frappante pauzeconstatering; er is één tafel waar men met z’n allen (variërend van 5 tot 10 mensen per dag) omheen zit. Tot nu toe is de populatie onder te verdelen in Jeugd (19-23), vrouwen van middelbare leeftijd (stuk of 6) en de Indiër (die niemand verstaat, eigenlijk). Oh, en ik dus. Ik ben VEEL te oud voor de jeugd en voel me VEEL te jong voor het vrouwenclubje. Het schijnt dat mijn leeftijdscategorie sowieso niet zo ruim vertegenwoordigd is in dit land, alle 25-35 jaar oude Kiwi’s zitten in Australië om te werken. Lekker dan.

Anyways, collega S. (behorende tot de Vrouwencategorie) zag mij met grote tegenzin die wortel verorberen en na mijn verhaal aangehoord te hebben (geen auto dus geen boodschappen, blablabla) bood ze aan mij die middag na het werk naar een supermarkt te escorteren, top! De rest van de dag kon ik alleen nog maar denken aan dat koude biertje dat ik die avond voor m’n bungalowtje achterover zou gooien. En daarna nog één, en nog één enz… Rond half 4 ’s middags hadden we de laatste gerbera’s van die dag tot bosjes verwerkt en konden we vertrekken, in keihard meurende werkkleding. Collega S. bleef in de auto op me wachten en ik moest me vooral niet opgejaagd voelen ‘take your time’. Okeeeeeeeee! En lossssss! Karretje volgepleurd en vol goede moed naar de schappen met drank! ALCOHOOOOOOL, HERE I COME! Oi, oi, oi, wat een prijzen! Bier is werkelijk waar NIET te betalen (als je een budget hebt en zuunig an wil/moet doen) dus dan maar wijn! ZO VEEL KEUZE! Toch maar iets gegrepen dat in de aanbieding was (blijf toch Hollandert he!?) en vlak voor de kassa ook nog een fles cider uit de koeling gegrist. Toen was het mijn beurt aan de kassa en scande de blonde, 16-jarige caissière, plichtsgetrouw mijn ENORM volle kar boodschappen. Tot ze bij de fles wijn aankwam (de fles cider was al in een plastic zakje verdwenen, super ongemakkelijk trouwens, zo’n opgeschoten gast van een jaar of 20 die je boodschappen in zakjes stopt, dat kan ik toch prima zelf!?) en er INEENS een zwaailicht begon te knipperen en er een enorm alarm begon te loeien. Uit het niets kwam er een superior/manager aangesneld met een intens zuur hoofd die om mijn ID vroeg. Pardon!? Nouja, haha, gut, prima, hier heb je mijn rijbewijs. “sorry, that’s not acceptable, it’s not from New Zealand…” NO SHIT, SHERLOCK! Waarop ik braaf en ietwat geïrriteerd antwoordde; “well, that’s because I’M not FROM  New Zealand, I’m Dutch! This is my driver’s licence and this –points- is my date of birth, 1986, you see. I’m 29!’ Zuur hoofd schoof m’n rijbewijs weer terug in mijn handen, schudde haar hoofd en mompelde  ‘that’s not acceptable, I need your passport otherwise no alcohol’. WAIT, WHAT!? ARE YOU KIDDING ME!? Dit is me serieus sinds m’n 14e niet gebeurd, ik hoef NOOIT m’n ID te laten zien en dan nog, er stond echt SU-PER duidelijk m’n geboortedatum, waar zouden die getallen anders op moeten slaan!? Maar nee, zuur hoofd wilde er geen woorden meer aan vuil maken, viste ook de fles cider nog even uit het plastic zakje en liep gewoon weg, ALSOF ZE DAARMEE NIET ZOJUIST MIJN HELE WEEKEND NAAR DE TERING ZOU HELPEN!?  Ik heb nog even intens verbaasd om heen gekeken in de hoop dat ik bijval zou krijgen van iemand achter me in de rij, maar nee, iedereen keek vooral heel indringend een ANDERE kant op. Godverdetering. Waarop blondie achter de kassa ook nog meende te moeten vragen ‘So, are you in New Zealand as a student..” Fok jou, blondie. Ga nu niet ineens attent lopen doen. Dus toen heb ik heel kortaf geantwoord ‘No, I’m a teacher…’. Einde gesprek. Einde vooruitzicht op welverdiend koud glas alcohol. Maar ik ben nu wel de trotse bezitter van een Sistema lunchbox, dus ik hoor er in ieder geval echt helemaal bij straks, op m’n werk.

En toen was ik drie dagen vrij! Zondag wat gewandeld en in het zonnetje m’n boek (nummer 4) uitgelezen, daarbij niet helemaal op de tijd gelet en dus weer GRUWELIJK verbrand. Alleen m’n neus en voorhoofd dit keer, maar dan ook echt GRUWELIJK dus ik loop er nu bij als een mobiele alarmknop, heel charmant.


Gisteren heb ik M.’s fiets geleend. M. is net als de rest van de populatie hier ongeveer 1.60m maar heeft als enige een relatief ‘normale’ fiets. Andere fietsen die ik kan lenen zijn of racefietsen OF mountainbikes en daar hou ik niet van. Ik kan het gewoon niet, snap niet dat mensen comfortabel op zo’n fiets kunnen zitten met zo’n kromme rug en je blik op het asfalt. M.’s fiets heeft wel een heel hard (zogenaamd sportief) zadel waar ze eigenlijk een zeempje bij zouden moeten leveren (oi, oi, oi). Ik had op Google Maps gezien dat ik vanaf hier naar Lake Ellesmere zou kunnen fietsen, zo’n 8 km, wat daar niet bij stond was dat de helft van de route uit grindpad bestond. Nouja, grindpad? Het was alsof ik op de fiets door een ballenbak moest, zoiets. Bijzonder slecht plan, maar omdat ik toch al zo ver was kon ik net zo goed ff doorzetten. Het meer stelde niet zo veel voor (echt, niet alles in Nieuw-Zeeland is fotowaardig…) maar voelde me wel een klein beetje trots dat ik het had gehaald. Er was verder ook helemaal niets of niemand bij dat meer dus fijn even een tijdje voor me uitgestaard en de rust + ruimte in me opgenomen (echt heel erg mindful dit…). Toen besloten om toch ook de 10 km naar Lincoln te fietsen. Zo gezegd, zo gedaan. Grotendeels over een weg waar automobilisten 100 km/h mogen rijden en waar ze de schurft hebben aan fietsers.  Eigenlijk bestond de hele rit uit twee lange, rechte wegen. Alsof ik weer 12 was en naar de middelbare school moest fietsen… op een veel te kleine fiets… met een helm op…. en een heel hard zadel… en met een verbrande neus. Gelukkig kent niemand mij hier. Niet per sé een heel prettige activiteit maar wel fijn om actief te zijn en even weg van het bedrijventerrein. Uiteindelijk zo’n 32 kilometer gefietst gisteren en eenmaal terug bij m’n bungalowtje op bed geploft (zitten was echt even geen optie) en aan mijn 5e boek begonnen.

Ik kan al wel concluderen dat ik hier voor mijn doen bovengemiddeld veel lees en slaap, heerlijk. Dat heb ik heel lang niet zo goed gekund. ’s Avonds beginnen mijn ogen rond een uur of 9 echt al wel dicht te vallen en slaap ik dan tot een uurtje of 7 de volgende ochtend door. Ik bedacht me ook dat ik de afgelopen week voor het eerst sinds 3 maanden weer iets van structuur heb. Sinds ik m’n sleutelbeen heb gebroken (31 okt.) heb ik namelijk geen ‘normale’ werkweek meer gemaakt en heb ik eigenlijk ook amper bewogen. Ik begin hier een beetje te aarden, ben er nu iets meer dan twee weken, heb geconcludeerd dat ik mijn ingewikkelde airco ook gewoon UIT kan zitten in plaats van kou te gaan zitten lijden (klein eurekamomentje hoor…) en begin wat betreft het leven hier ook wel een beetje m’n draai te vinden…

… Ik ga in ieder geval NOOIT meer zonder paspoort naar een supermarkt. 

donderdag 18 februari 2016

To push one's Lok...

Each moment is new
Freeze the moment
Each moment is cool
Freeze the moment

I wouldn't wanna be
Anywhere else but... here
I wouldnt wanna change
Anything at all
-  All Saints – Black Coffee

Ola! Donderdagavond, 18:18  uur. Of iets met 6 en PM, want ze doen hier niet aan getallen boven de 12. Vandaag voor de 4e dag in de kas gewerkt (nursery, zeggen ze hier, maar dat krijg ik m’n strot niet uit in verband met de associatie met kleine kinderen). Niet 4 dagen op rij trouwens, gisteren heb ik een vrije dag geclaimd (waarover later meer…) en ook nog niet legaal want dat belastingnummer moet ik dus nog aanvragen. Hallo zeg! Als men hier zo superrrrr flexibel en rrrrrrrrrrelaxt met de zaken omgaat dan mag ik dat toch zeker ook!? Maar dus, 4 dagen in de kas, 26 uur gemaakt, waarvan het tijdens de eerste twee dagen ZEKER de hele dag boven de 30 graden is geweest. In een kas dus. Oh, en tijdens die allereerste dag heb ik dus ook een heuse AARDBEVING meegemaakt, exciting times! Mooi verhaal wel, die aardbeving…

Ik was afgelopen zondag zo rond het middaguur zwaar content in mijn eigen bubbel gerbera’s aan het plukken toen INEENS de hele kas begon te schudden! Dat heeft zeker 2, misschien wel 3 seconden geduurd, waarna ik m’n schouders heb opgehaald en weer door ben gegaan met plukken. Totdat ik merkte dat van achter uit de kas, collega L, formaatje mammoettanker, een vette sprint richting uitgang had ingezet, onderwijl ‘EARTHQUAAAAAAAAKE” gillend. Oh dus! Waarna ik vervolgens dacht dat het met zo’n instabiele bodem een ernstig ongeschikt moment was voor  L.  om te gaan draven (HOU OP! STRAKS KRIJGEN WE ER NOG EEEEEEEEN!) maar waarschijnlijk werkt het toch niet helemaal zo. Toen heb ik mijn nieuwe bloemenvriendjes toch maar even gelaten en ben ik EVEN gaan checken wat er exactly on the hand was. Aardbeving, dus. 5.9 op de schaal van Richter, en zo’n zware hadden ze hier sinds de ellende van PRECIES 5 jaar geleden niet meer gehad. De beving heeft plaatsgevonden zo’n 15 km van de kust, in zee (technisch gezien dus een ZEEbeving), net buiten Christchurch. Op wat materiële schade na heeft deze aardbeving niet zoveel aangericht maar het is wel te merken dat ‘men’ rekening houdt met de komst van een (nog) grote(re). Toch maar eens uitzoeken wat ik precies moet doen als zoiets gebeurt (en nou doe ik wel heel stoer enzo, maar stiekem schijt ik al 7 kleuren bagger bij het idee, en is dit één van die dingen waar ik voorafgaande aan mijn reis ook wel een slapeloze nacht van heb gehad). Er is die dag (en de dagen erna) nog lang nagepraat over de aardbeving… en over hoe cool/naïef The Dutchie/The Tourist (want die twee koosnaampjes heb ik toch maar mooi alvast binnen!) had gereageerd.

Verder wat betreft werk. Het is precies zo saai en geestdodend als ik had gehoopt. Ondanks dat ik 4 dagen best verschillende dingen heb gedaan hoef ik m’n hoofd helemaal nergens bij te gebruiken (ik moet tot 6 tellen, verder niet) en dat vind ik echt HEEEEEEEERLIJK! Om zomaar eens wat werkzaamheden te noemen: emmers water vullen, 6 op een trolley zetten, trolley wegzetten. Totdat op deze manier alle voorhanden zijnde emmers en trolleys gevuld zijn. En dan gerbera’s plukken. The ‘art of picking’ is niet in één dag te doorgronden (blijkbaar, want mijn rijen worden steeds door iemand anders gecontroleerd en dat verdraag ik bijzonder slecht, alsof ik dit niet in 1x perfect zou kunnen!?). Je moet onder andere letten op ‘pollen’ (niks voor jou dit, Martijn!) en de stand van de blaadjes. En dan grijp je zo’n gerbera vast en draai je sierlijk een half rondje zodat de stam loskomt van de plant en je ‘m vervolgens in je handen kunt nemen. En als je dan een hele rij zo hebt gedaan stamp je ze even op gelijke hoogte, knip je een paar centimeter van de stam en zet je het bossie in  eerder genoemde emmer. TADAAAA! En zo doe je dan die hele fokking kas. Heeeeeerlijk! Toch jammer dat dat ‘sierlijk draaien’ bij mij nog niet zo soepeltjes gaat. Ik wrik die stammetjes vooral een paar keer heftig heen en weer en als dat niet werkt is het een kwestie van hard rossen (volgens collega C. mag ik best wat kracht… you don’t know me, sister!) …. Totdat de stam breekt of ik de hele modderfokking plant in m’n klauwen heb… en dat is dus NIET de bedoeling…. U snapt het, zwaar leven dit.  Andere werkzaamheden die ik verricht zijn het snoeien van de rozen, ‘laterals’ plukken. Oftewel, zijtakjes, waar een nieuwe knop uit kan komen, KAPOT maken. En dat in korte broek. Na de eerste dag in de rozen zien mijn benen en armen eruit alsof ik  in een bad met prikkeldraad heb liggen woelen. Echt, zo zwaar dit.

I wouldn't wanna take
Everything out on... you
Though I know I do
(Although I know I do)
Everytime I fall

En stiekem vind ik het soms echt wel even zwaar, alleen, en zo ver van huis (lees: Martijn) met zo’n enorm tijdverschil en een nogal beperkte bewegingsvrijheid en zo’n grote afstand tot iets anders dan deze straat/dit bedrijf. Gelukkig is daar dan Martijn, die nu met 39 graden koorts in bed lig te ijlen en waar ik dan toch nog ieder uur van de dag tegenaan mag zeuren/zeiken/klagen/mopperen/foeteren/janken/brullen. Zo dus ook woensdag, op m’n geclaimde vrije dag. Ik had de avond ervoor m’n wasmachine getest, een toploader (waar voor mijn komst vooral de ondergepiste lakens van oma in werden gemieterd) en zag ’s ochtends uit m’n raam –terwijl ik met Martijn aan het skypen was- dat mijn wasgoed, dat ik van M. aan hun overbezette lijntje (want 4 kinderen) mocht hangen, was verdwenen. In mijn hoofd groeide dat direct uit tot een vrij definitieve vermissing van mijn fijne paar wandelsokken en mijn enige driekwartbroek (su-per seksloos ding maar vrij noodzakelijk in deze contreien) want zie die maar eens terug te vinden in die Mount Doom van wasgoed dat in dat huis van de buren staat opgesteld. En toen werd ik dus even gruwelijk boos. Want je blijft met je tengels van mijn kleren af, of ze nou aan JOUW waslijn hangen of niet. Zo. En dat ging natuurlijk helemaal niet over die was. Het was gewoon even Niet Mijn Dag. Ik was eigenlijk van plan om op een geleende fiets 10 km verderop boodschappen te gaan doen maar Nieuw-Zeeland deed waar Nieuw-Zeeland goed in is; na 2 dagen zon en dik 30 graden heeft het woensdag met zo’n 18 graden de hele dag gestormd en geregend (four seasons in one day!) En dan ga ik dus NIET op een fiets boodschappen doen, zo simpel is het. Dus heb ik maar weer eens een hele dag in m’n serre zitten lezen. Op m’n e-reader, waar ik nog steeds niet zo’n fan van ben. Ik lees vooral wat GRATIES voorhanden is en niet wat ik nou per se heel graag wil lezen, dus mocht iemand toevallig nog een shitload aan GOEIE ebooks hebben, graag mailen! Dat terzijde ben ik hier onder andere ook wel echt om NIETS te hoeven/moeten en is een dag lezen dus niet zo’n ramp EN ben ik ondertussen heus wel moed/lef aan het opbouwen om meer te gaan ondernemen.

Zo heb ik zojuist een treinkaartje geboekt voor de TranzAlpine scenic journey. Een viereneenhalf uur durende treinreis van Christchurch naar Greymouth, dwars over de breedte van het zuider eiland door de bergen (Arthur’s Pass). Vanwege hysterische prijzen op korte termijn ga ik pas (?) op maandag 7 maart en dan blijf ik ook een nachtje in een hostel in Greymouth voordat ik weer terug naar Christchurch ga. Verder ga ik op 27 februari naar m’n eerste Super Rugby wedstrijd hier en ga ik de dag erna op een 4 wheel drive tocht door/over privéterrein van mensen die speciaal voor het goede doel hun landerijen, op een uur afstand landinwaarts, opengooien voor publiek. Tussendoor moet er wel gewerkt worden voor de huur van mijn bungalowtje en gaat I. vast tijd vinden om mijn auto te fixen zodat ik voor die tijd ook wat makkelijker de hort op kan.

Sail away
I miss you more
Until you see the shore
There I will be waiting
Anticipating

En over 100 dagen is Martijn hier al. Jeeeej! Zin in! Tenzij ik voor die tijd een All Black in het wild tegen ben gekomen en aan de haak heb kunnen slaan, dan niet. GRAPPETJE NATUURLIJK!  



Ps. Onder het kopje 'Soundtracking' vind je de playlist van m'n avontuur. Want muziek maakt alles mooier. En soms is dat inderdaad zo'n kazig nummer van All Saints. Dikke puh. 

zaterdag 13 februari 2016

Lots of Lok!

Hello! Zaterdagmiddag, 17:00 uur lokale tijd. Enigszins bewolkt buiten maar nog steeds wel zo’n 20 graden. Inmiddels ben ik hier, in mijn eigen bungalowtje in the middle of nowhere, bijna een week en is dit ‘al’ mijn 2e bericht vanaf mijn nieuwe (tijdelijke! Don’t worry Martijn….) thuisbasis. Nog meer extreem relevante cijfers: ik heb al 2 boeken gelezen, 2x hardgelopen, 2x boodschappen gedaan, ben al 2x verbrand, heb een bankrekening geopend en een lokale telefoon gescoord (tot zover nog niets nieuws) een bloemenveiling op een veel te vroeg tijdstip (daarover later meer), een Noodle Night festival avondje in het park dat net even iets anders liep dan gepland (ook hierover later meer) en een avondje paardenraces (u raadt het al…) meegemaakt. Oh, en nog geen dag gewerkt.  Is dat veel, voor één week? Weinig? Genoeg….?  En wat nou als je je bedenkt dat ik sowieso nog 15 weken vanaf deze thuisbasis zal opereren? En ik nog geen eigen vervoer heb los van de benenwagen die me in een half uur tijd nog niet eens naar een andere straat kan brengen…? Ik maak me daar drukker om dan ik zou willen. Wat echt een ongelooflijk stom luxeprobleem is, maar toch. Nu ik heb ontdekt dat ik met m’n laptop stiekem ook in m’n bungalowtje kan profiteren van het wifi-netwerk van de buren (en dus niet meer met m’n telefoon omhooggestoken onder hun slaapkamerraam hoef te staan voor een beetje bereik, wat er overigens vies sneu uit moet hebben gezien) ben ik bijzonder veel online. Nu is dat voor mij niet zo heel bijzonder, dat deed/doe ik thuis immers ook, maar één van de gedachtes achter dit avontuur was dat ik daar wat van zou afkicken. Bijkomende verschijnsel van dat vele online zijn is dat de afstand met thuis ineens zo klein lijkt… totdat je met het tijdverschil wordt geconfronteerd dan. Heel fijn, en ook heel belangrijk voor mij maar één van de dingen die ‘men’ logischerwijs vaak (en als eerste vraagt) gaat over wat ik heb gedaan of ga doen, en dan ga ik dus twijfelen of ik wel genoeg doe. Echt superstom.

En nu ga ik vertellen over AL die dingen die ik heb gedaan en ga doen. *steekt tong uit*

Om te beginnen was daar woensdagavond een onverwacht tripje naar Christchurch, the Night Noodle Markets. Men neme een park, zet daar veel eettentjes in en je hebt een feestje. Je kent het wel. Daar wilden de locals heen en ik mocht mee. Het gebeuren was die dag om 4 uur voor het eerst ooit geopend en mijn gezelschap had bedacht dat het verstandig was om er rond 5 uur ’s middags te zijn. Dat idee hadden meerdere mensen (goh) want na een intense file die kant op waarin ik lekker veel van Christchurch heb kunnen zien (heeeeeej, rugbystadion!) konden we ook op het terrein zelf achteraan de rij aansluiten. En dat was men niet van plan. Want hongerige 6-jarige in het gezelschap en een algemene aversie tegen rijen. (queue, één van mijn favoriete Engelse woorden). Dus toen zijn we maar weer vertrokken, op zoek naar een lokaal Thais restaurant. En ook dat idee hadden meerdere mensen. Dus op zoek naar NOG een andere lokale Thai. En ik hou niet eens van Thais eten. Ondanks dat heb ik me prima vermaakt en toen ik om half 9 alsnog een bak stomende noodles (als enige, de rest had gekozen voor rijst, wat ik echt een onmogelijke keuze vind voor NOODLE night) voorgeschoteld kreeg heb ik die smakelijk zitten oppeuzelen. Einde.

Tijdens de autorit terug naar huis wat informatie verzameld over het herkennen van al dan niet giftige spinnen. Er schijnen hier twee soorten te zijn die niet veel goeds met je voor hebben. Iets met een witte staart (WTF!? Een spin met een STAART!?) en iets met een rode kont. Je snapt dat ik vanaf dit moment alle spinnen in en om mijn stekkie (en dat zijn er nogal wat…) intens bestudeer op die kenmerken voordat ik ze alsnog allemaal, voor de zekerheid, hartstikke KAPOT maak. I ain’t taking any risks. Ik heb inmiddels al een aardig spinnenkerkhofje verzameld en probeer nu (wanneer niemand kijkt) de hond van de buren zo ver te krijgen dat hij ze opvreet.

Right, nou, dat was de woensdag. Donderdag was minstens zo spectaculair. Toen heb ik  bijna de hele dag op m’n baas zitten wachten om mijn werkcontract door te nemen. Het tijdstip waarop dat zou gaan gebeuren was al een tijdje vaag maar werd die dag via WhatsApp ook nog eens zo’n twee keer tot een niet-specifiek later tijdstip verschoven. Joh, prima. Ik kan toch nog geen kant op hier. Uurtje of 5 stond ze voor de deur en voordat ze überhaupt binnen was had ze de afstandsbediening van mijn airco al te pakken en heeft ze er met drie drukken op een knop voor gezorgd dat ik vanaf dat moment hier in de vrieskou zit. En wie mij ook maar enigszins kent weet; ik hou niet van kou. Wat ik ook probeer, ik krijg die hoerenmachine niet op een acceptabele stand.

Anyways, werkzaken dan. M. (laat ik voor de zekerheid maar initialen gaan gebruiken, jeweetmaarnooit) is een soort wervelwind, praat ver-schrik-ke-lijk snel en wisselt binnen 30 seconden moeiteloos vier totaal verschillende gespreksonderwerpen met elkaar af. Ik versta en begrijp haar niet zo goed. Daar komt nog eens bij dat haar ‘werkcultuur’ mijlenver af staat van de mijne en dan gaat het mis. Het pak papier dat voor een contract en bijbehorende formulieren door moet gaan is zo’n 3 centimeter dik. In het kort komt het erop neer dat ik helemaal vrij ben om te bepalen wanneer ik werk en hoeveel ik werk. Enige wat ik moet doorgeven is hoeveel uur ik per week zou willen werken en of ik een zaterdag OF een zondag werk (één van de twee is verplicht). En ohja, er wordt wekelijks NZD 250,- van mijn loon afgehaald voor huur + stroom. Euuuhhh… oke.  Op mijn vraag op welk tijdstip mensen normaal gesproken hun werkdag beginnen en hoeveel uur men dagelijks werkt kreeg ik een verwarde blik terug. Dat bepaalt iedereen zelf. Euh? Maar hoe weet je dan of je die dag/dat tijdstip genoeg mensen hebt om de klus te klaren? Of niet te veel? Oh, nou, er is altijd wel wat te doen, zei ze. Jeeeezzzzzzzz… wat een wereld. Dat is wel even anders dan ik de afgelopen jaren in het onderwijs heb meegemaakt. Toen leefde ik van lesuur tot lesuur, van pauze tot pauze enz. en ook al heb ik dikwijls flink gefoeterd op die cultuur, ik weet ook dat ik die structuur stiekem wel heel erg gewend ben en nodig heb, in Het Leeeeeven. Dat wordt dus flink omschakelen… en ik zeg ‘wordt’ want vooralsnog kan ik nog helemaal niet aan het werk. Ik heb namelijk eerst een I.R.D. number nodig, een soort BSN maar dan voor Kiwi’s.

En om zo’n nummer te kunnen krijgen moet ik aan een aantal zaken voldoen, een formulier invullen en een aantal bewijsmaterialen aanleveren. Om te beginnen moet ik een Nieuw-Zeelandse bankrekening hebben, HA! DIE HEB IK! Daarnaast moet ik een kopie van een identiteitsbewijs met foto aanleveren (heb ik, digitaal…), een bewijs van mijn meest recente adres, bewijs van mijn BSN uit het belastinggebied waar ik het meest recentelijk gewoond heb, bewijs van mijn voorgenomen (werk)activiteiten in NZ en… nu komt het mooiste: bewijs dat mijn nieuwe bank anti-witwaspraktijken-checks heeft uitgevoerd. Godnondeju, wat een gedoe. Om dat laatste te kunnen bewijzen moet ik terug naar de bank (hier 22km vandaan) om een formulier in te laten vullen waarin zij bevestigen dat ik volgens hen geen snode plannen heb met mijn bankrekening. Als ik al die shizzle verzameld heb moet ik het opsturen naar een kantoortje in Wellington en kan ik als het meezit binnen 10 werkdagen (!!!) een I.R.D. nummer in de brievenbus verwachten. Oi, oi, oi. Toen me dat eenmaal duidelijk was zakte me de moed even flink in de schoenen. Ik wil gewoon aan het werk, doe niet zo moeilijk.  To be continued dus.

Om mijn dag niet helemaal te laten vergallen heb ik mezelf ’s avonds de deur uitgesleept en 5 km langs de weg (maar nu de andere kant op) gerend…
waarbij ik overigens op moet merken dat dat een heel andere aangelegenheid is dan thuis. Zo doen ze hier aan minimalistische belijning, alleen een streep in het midden van de weg. En fietspaden zijn minstens zo zeldzaam als Kiwi’s (de vogel dan, het fruit heb ik genoeg zien liggen in de supermarkten…). Het asfalt gaat geleidelijk over in berm en die berm is soms luttele centimeters breed voor je een hek/stroompaal/verkeersbord etc treft en soms een paar meter. Op sommige stukken is het gras gemaaid, op andere stukken woekert het er al een paar weken flink op los. Ik ren standaard aan de ‘verkeerde’ kant van de weg zodat ik te maken heb met tegemoetkomend verkeer en dat is maar goed ook want SODEKNETTER!!! Kiwi’s kunnen echt NIET rijden! Ik heb al een paar keer een snoekduik de bosjes in moeten maken omdat automobilisten mij echt niet hadden gezien. De locals hier vervloeken zelf vooral Aziaten en Fietsers maar ik heb genoeg lokaal verkeer gezien om voorlopig nog even niet achter een stuur te kruipen. Daar komt nog eens bij dat ze het hier fantastisch vinden om, wanneer ik meerijd, alle plekken aan te wijzen waar recentelijk iemand dood- of in coma is gereden. En dat zijn er nogal wat. Top. Su-per bedankt voor deze info. Om mezelf toch een klein beetje voor te bereiden (want, ik wil echt niet de komende 4 maanden afhankelijk zijn van chauffeurs) heb ik even een digitaalrijtestje gedaan om m’n skills te checken en ondanks dat ik daar moeiteloos doorheen kwam heb ik mezelf voorgenomen om eerst maar eens een stuk te fietsen (met helmpie) voordat ik in een auto stap. Zoals het nu lijkt kan ik trouwens eind volgende week over een eigen auto beschikken, dan is de Valentijnsdrukte hier voorbij en heeft buurman I. tijd om zijn barrel voor mij te fixen.

Goed, vrijdag dan, ik zal het kort houden. ’s Ochtends om 5 uur opgestaan om met Oma mee naar de flowermarket te gaan. Toen ze me uitnodigde had ik geen idee dat het om een veiling zou gaan (want als ik dat had geweten…) en dat ik daarbij zo’n 40 jaar terug in de tijd zou gaan. Nu weet ik bijzonder weinig van bloemenveilingen maar ik kan me niet voorstellen dat zoals het er daar aan toe ging de moderne standaard is (wij Hollanderts hebben de grootste bloemenveiling ter wereld heb ik gehoord, misschien moet ik nog ff wat afleveringen Zwarte Tulp kijken om me wat meer in de materie te verdiepen want vooralsnog stel ik als Dutchie Expert ernstig teleur). Drie veilingmeesters brullen vanaf een plateautje de prijzen terwijl slaperige studenten trolleys vol bloemen af en aan slepen. Na 3 uur observeren kon ik er geen structuur in ontdekken maar zo’n 24 uur NA dit hele gebeuren heb ik nog steeds een stem in m’n hoofd die TWO DOLLARS, TWO DOLLARS FOR THE SUNFLOWERS, TWO DOLLARS, TWO DOLLARS schreeuwt. Stiekem best grappig om eens mee te maken en vanaf een balkonnetje te observeren. Zo heb ik geleerd dat de ‘Indians’ vooral voor de afgezaagde rode rozen gaan, dat niemand oranje gerbera’s wil hebben en dat gratis koffie in een smotsige kantine zonder ramen een slecht idee is (bweeeeeh…).

Na de veiling met Opa in de vrachtwagen de gekochte blommen afgeleverd bij de shop (hebben ze er twee van), boodschappen en een kop koffie gedaan. Terug in het bungalowtje een beetje gelezen en eind van de middag het terrein overgesjouwd naar het huis van Opa en Oma want ik mocht mee naar de paardenraces. Onderweg hebben we E. opgepikt, een Nederlandse vrouw die al 20 jaar in Kiwi country woont en die voor mij het ultieme bewijs is van het nut van lessen in Engelse uitspraak. Foei, wat klinkt dat lelijk. Overigens woont E. In een ‘estate’ achter een hek dat alleen opengaat als je je digitaal meldt met een code. In een soort park met fonteintjes en een oprijlaan van een kilometer. Met een zwembad en tennisbaan in de tuin dus zij kan zich zo’n kut-Hollandsch accent best veroorloven.

De paardenraces dus. De broer van Oma is mede-eigenaar van een paard dat meedeed aan Race 2 (er waren er in totaal 10) en op basis daarvan mochten we backstage een kijkje nemen in de stallen. De eerste race was net voorbij op het moment dat wij de stallen binnenliepen dus ik werd aan alle kanten ingehaald en klemgezet door zwetende jockeys (kleine mannetjes!) en stinkende paarden (grote beesten!). Not my favourite place to be, maar wederom, wel leuk om een keer meegemaakt te hebben. Ik heb het paard in kwestie een bemoedigend klopje op z’n neus gegeven maar hij heeft vast aangevoeld dat ik daar niets van meende want hij heeft niet echt hard z’n best gedaan, met z’n 5e plek. Oma mopperen want ze had toch zeker 6 dollar op het beest ingezet. Voor de drie volgende races heb ik de namen van de paarden intensief bestudeerd en (wie noemt z’n paard nou ‘That Guy Finn’ of ‘Tasty delight’ en verwacht dan dat het beest hard voor ‘m gaat rennen!?) en wonderbaarlijk genoeg de juiste winnaar voorspeld. Vanwege mijn verslavingsgevoelige aanleg heb ik er maar geen geld op gezet maar ik werd er wel bloedfanatiek van (JAAAAAAAAAAH, RENNEN MET JE DONDER! GOED ZO! GOED ZO! GAAAAAAAAA! BIJT ‘M IN Z’N REET!) en mijn ‘success rate’ heeft ervoor gezorgd dat vanaf die 3e race opa mijn advies is gaan opvolgen en geld is gaan zetten op de paarden die ik tipte. En vanaf dat moment heb ik natuurlijk geen enkele race meer goed voorspeld. Ik mocht gelukkig nog wel meer terug naar huis rijden.



En nu? Nu is het zaterdagmiddag en ga ik lekker aan mijn 3e boek beginnen. Voor vanavond heb ik chips en wijn in huis dus ik kom de dag wel door. En morgen? Fuck knows. Zien we dan wel. Enige wat nu vast staat is dat ik ergens in de komende weken ga beginnen met werk en 3 wedstrijden Super Rugby ga zien van the Crusaders, thuis tegen de Chiefs, de Blues en de Kings. Samen met Oma, want die is ook groot liefhebbert en verder heb ik heus wel plannen maar ik heb ook vooral Geen Druk. Ha.