woensdag 23 maart 2016

Wearing my Lokkie socks


Kia Ora! Woensdagavond, half 7. Tijd voor wat statistieken. Ik ben vandaag precies 7 weken geleden vertrokken naar de Andere Kant van de Wereld. Ik heb al 23 dagen in de kas gewerkt. 7 keer boodschappen gedaan, 4 keer m’n neus verbrand, in totaal zo’n 32 kilometer hardgelopen en (bijna) drie mega potten Nutella leeggevroten. Over 65 nachtjes  slapen komt Martijn ook deze kant op. Dan hebben we samen nog 29 dagen om zowel het Zuider als het Noorder Eiland te bereizen. Omdat IETS (kom ik op terug) ons 18 juni in Wellington plaatst betekent dit dat we samen 19 dagen Zuid en 10 dagen Noord gaan doen. Gisteren ben ik de heeeeeeeeeeeele middag bezig geweest daar een passend reisschema voor te maken. En dat terwijl het weer zo’n 28 graden was in Het Paradijs en ik niet hoefde te werken. Is dat dan niet zonde van je tijd, hoor ik u denken. Nee hoor, dat is het niet. De afgelopen drie vrije dagen heb ik geen REET gedaan en daar heb ik me maar één volledige dag en één ochtend wat schuldig over/rot om gevoeld.

Dat was vorige week wel anders, toen was ik 3 dagen in Kaikoura. Een trip die ik nooit meer zal vergeten (tenzij ik ooit weer eens een hersenschudding krijg dan).  Na mijn vorige verblijf in een hostel was ik deze keer iets kritischer bij het boeken van een slaapplek. Het hostel in Kaikoura dat ik uiteindelijk heb gekozen bestaat uit meerdere gebouwen en beschikt over een ‘female only’ dorm. Dat leek me wel een goed idee. Zondagochtend 13 maart al vroeg achter het stuur van Scottie gekropen, autoradio op standje burenruzie gedraaid, getankt en mezelf op ‘lollies’ (want zo noemen ze snoep hier) getrakteerd. Vervolgens binnen 5 minuten de hele zak winegums al weggewerkt en de bijna drie uur durende rit in één keer (en met een IETS te hoge suikerspiegel) gereden. Dat was NIET zo’n goed idee. Ondanks dat de rit niet zo spectaculair bochtig was als de rit naar Akaroa viel er nog steeds wel genoeg te gillen onderweg. Met name de laatste 10 kilometer, langs en DOOR de rotsen, heeft voor wat zweetdruppels op m’n bovenlip gezorgd. Uiteindelijk was ik ruim voor 12 ’s ochtends in het hostel, bleek het daar Lazy Sunday en kon ik pas ergens na 1 uur inchecken… Hmpf. Toen maar in het zonnetje wat gelezen en dus voor de 4e keer m’n neus verbrand. Ondanks factor 50. Zo’n dag was het. Een kleine 2 uur later had ik m’n zooi op de kamer gegooid (klein!), m’n gympen verruild voor teenslippers en liep ik zo’n 100 meter achter het hostel ZO het strand op. Daar de de rest van de dag wat rondgeslenterd en bij het lokale toeristenbureau een activiteit voor de volgende dag geboekt. 

















Degenen die mij al wat langer/beter kennen weten dat ik al vrij lang en heel erg graag walvissen in het echt wilde zien. In Zuid-Afrika was ik vier jaar geleden helaas net te laat en sindsdien heeft de wens om walvissen te spotten nog een extra lading gekregen. 2015 was voor mij een extreem kutjaar. Op meerdere fronten en om meerdere redenen. Soms heb je van die jaren. Één van de factoren die meespeelden was de ziekte van mijn vader. Een week voor ik op het vliegtuig hier naartoe stapte is mijn vader overleden. Bijna precies een jaar nadat hij te horen had gekregen dat hij asbestkanker had. Ondanks dat ik het ziekteproces niet van heel dichtbij heb meegemaakt en de band met mijn vader vrij ingewikkeld was heb ik hem op de allerlaatste dag dat hij leefde nog uitgebreid gesproken. Onder andere over walvissen.

*** En wat nu volgt is een beschrijving van de dag zoals IK die beleefd heb. Ik ben niet heel (bij)gelovig of spiritueel en ik snap heus dat meerdere mensen dit stellen en dan alsnog met een enorm zweverig kutverhaal op de proppen komen maar dat kan me lekker even helemaal niks schelen. *** 

Maandag was het zonnig en warm, net als de dagen daarvoor. In principe gunstige omstandigheden om walvissen te zien. En toch hadden ze daar in de dagen voor 14 maart niet zo heel veel succes mee gehad. Een kamergenootje in het hostel had de dag ervoor bijvoorbeeld, rond dezelfde tijd als ik zou gaan, tijdens de bijna drie uur durende tour slechts één drijvend obstakel in de verte gezien wat eventueel, met een klein beetje fantasie, voor een walvis zou kunnen doorgaan. Het had ook een Russische onderzeeër kunnen zijn. Of een baantjes trekkende Erica Terpstra. Het succespercentage van Whale Watch Kaikoura is echter wel zo’n 96% en per vaart zien ze gemiddeld zo’n 1-2 walvissen dus ondanks de slechte ervaring van m'n kamergenote had ik nog wel goede hoop. Eenmaal op de boot werd het een en ander uitgelegd over de zoekprocedure (iets met een microfoon aan een hengel en heel veel weerkaatsende decibellen onder water) en werd benadrukt dat je echt geen loser bent als je last hebt van zeeziekte, want daar hebben ze iedere vaart mee te maken. Ik luisterde maar met een half oor vanaf mijn stoel aan de linker voorzijde van de boot. Naast me zat een ouder stel. Die kom ik hier nogal veel tegen, oudere stellen. We hadden net een paar kleine beleefdheden uitgewisseld  (ja, ik ben inderdaad ver van huis ja…) en waren nog maar zo’n 10 minuten onderweg toen vanaf the driver’s seat (because you DRIVE a boat) intens enthousiast gekwetter opsteeg. Daar was de eerste walvis al! We hoefden niet eens op zoek! De deuren gingen open en we mochten over de reling proberen om een goede foto te maken. De walvis dook op aan de linker voorzijde van de boot en ondanks dat ik het tergend trage oudere stel voor moest laten gaan had ik veruit de beste plek om De Walvis te zien. En vanaf dat punt kwamen de tranen en heb ik bijna twee uur lang gehuild. Van geluk. Van verdriet. Van alles van het afgelopen kutjaar. Tranen van Het Leeeeeeeeven, zoiets.Walvis nr. 1 dook prachtig onder, we zaten NET goed en wel weer op onze stoel en een man aan de overzijde van het gangpad had NET z’n 3e kotszak volgebrokkeld toen Walvis nr. 2 al werd gesignaleerd! Wederom aan de linkervoorzijde van de boot, en weer had ik een prachtige plek om het beest onder te zien duiken. Wat een geluk. Toen we binnen 5 minuten na die duik een signaal kregen dat een derde walvis op nog geen mijl afstand was opgedoken merkte je ook aan de crew dat het een Goede Dag was. Inmiddels had de oudere vrouw naast mij de tranen over mijn wangen zien rollen en kreeg ik een bemoedigend schouderklopje, 'indrukwekkende beesten he?' Yup…. En toen kwam Walvis nr. 4, net als de vorige 3, PRECIES aan mijn kant van de boot binnen zicht, op steenworp afstand van mijn plekje aan de reling, en werd ik aangestoten door de reisleidster ‘Sooooo, you must be wearing your lucky socks today!?’ Zoiets ja. Echt vreselijk indrukwekkend. Walvissen verblijven doorgaans zo’n 10 minuten aan de oppervlakte voor ze zo’n 30 minuten tot 2 uur onder water op zoek gaan naar eten en Walvis nr. 4 heb ik bijna de volledige 10 minuten kunnen bewonderen. Het was de grootste die we die dag gezien hebben en toen hij onderdook heb ik niet alleen een goeie foto kunnen maken maar ook afscheid genomen.
Bedankt pa.




Oh. En er waren ook dolfijnen. Ook leuk.


Na de boottocht ben ik gaan wandelen, eerst een stuk over het strand, waar ik een puntgaaf exemplaar van een Paua schelp heb gevonden (fuck you, bitcheeeees, om die dingen voor 8 dollar te verkopen in souvenirwinkels!) en toen zo’n 5 uur langs de Kaikoura Peninsula. Op m’n gympen. De wandeling zou eigenlijk maar zo’n 3 uur moeten duren maar ergens onderweg heb ik een paaltje gemist. Kon me niks schelen. Toen ik na zo’n 5 uur wel heel erg zere voeten begon te krijgen en voor het eerst sinds lange tijd weer mensen tegenkwam heb ik maar eens voorzichtig geïnformeerd hoever ik ongeveer van m’n eindbestemming was. Dat bleek hemelsbreed nog geen 50 meter. Ik moest alleen nog een straat oversteken en dan het wandelpad naar beneden volgen. Moe maar uitermate voldaan in het hostel op de bank geploft en die nacht op de veel te kleine kamer, bovenin een stapelbed, als een bLOK geslapen. Zoals al eerder gezegd de volgende dag terug naar m’n bungalowtje gereden met twee Duitse en schlafende lifters aan boord.



Afgelopen zaterdag naar de 3e en voor mij tevens (voorlopig!) laatste thuiswedstrijd van The Crusaders geweest. Na deze wedstrijd vertrokken de mannen voor een paar weken naar Zuid-Afrika om dat deel van de competitie even af te werken. De wedstrijd van afgelopen zaterdag werd gespeeld tegen de Southern Kings uit Port Elizabeth, een nieuw team dat op de laatste plek in de ranglijst staat (hoooooooi, Pé, your team sucks! Haha!). Voor deze gelegenheid hadden the Crusaders een B-team opgesteld. Dus ZONDER Kieran Read. Kak. Na afloop van de wedstrijd zouden ze het veld open gooien voor het publiek (eigenlijk voor kinderen….) en het was mijn plan om een Selfie met de nieuwe captain van de All Blacks te scoren, dat leek nu dus mooi niet te gaan gebeuren. Potverdikkeme. Oma was dit keer weer mee dus dat betekende dat we in ieder geval weer vlak naast de reservespelers in het stadion zaten. Ik zat aan het gangpad. En aan de andere kant van het gangpad zat Kieran Read. Oooooooooh! Nouja. Er zaten nog wel drie ander spelers tussen maar omdat ik echt geen flauw idee had wie dat waren vergeten we dit detail even. Ik laat me echt een beetje te veel meeslepen in het hysterische fangedrag van oma.  Zij vertelde dat de selectie van het team bij dezelfde supermarkt boodschappen doet als ik (jaja…) en dat de kans om spelers tegen te komen het grootst is wanneer je ’s avonds tegen sluitingstijd die kant op gaat. Oma heeft nog net niet aangeboden om daar met mij een kampje op te zetten maar ik ben ervan overtuigd dat ze er toe in staat is. Dit kwam overigens ter sprake (als Plan B) omdat ik weigerde haar toestemming te geven Kieran Read aan z’n jasje te trekken terwijl hij gewoon kalm naar de wedstrijd zat te kijken. Ik vind dat toch wat gênant. Niet iedereen heeft daar last van, blijkbaar. Na afloop van de wedstrijd stoven de reservespelers met een rotgang de catacomben in richting kleedkamer en was het vrij duidelijk dat ik die Selfie wel op m’n buik kon schrijven dus toen heb ik me na lang aandringen van Opa en Oma, toch maar in de rij voor Sam Whitelock gevoegd. Oj oj oj, wat vond ik dat ongemakkelijk. Enerzijds omdat ik natuurlijk zo’n 20 jaar ouder (en 20 centimeter langer!) ben dan de doelgroep van deze signeersessie, en anderzijds omdat ik het eigenlijk ook vrij suf en belachelijk vind in de rij te gaan staan om een handtekening + foto te vragen van een 27-jarige Kiwi die toevallig goed kan rugbyen. En toch ben ik, uiteraard, blij dat ik het gedaan heb. Ik vind dat de foto (met filter) een mooie weergave is van mijn gevoel over deze toestand.



Ongemakkelijk maar toch ook kinderlijk blij.

dinsdag 15 maart 2016

Everything in life is Lok - Donald Trump

Kia Ora! Dinsdagmiddag, half 4. Ik ben net terug in m’n bungalowtje na twee nachten in een hostel in Kaikoura te hebben geslapen (later meer hierover…), hier zo’n 3 uur rijden vandaan. Op de terugweg twee Duitse (stikt het van, hier) lifters meegenomen en afgezet net iets ten Noorden van Christchurch. Niet dat daar de terugweg nou zo veel gezelliger van werd want zowel de Duitser als de Duitsin hebben praktisch de hele rit liggen tukken. Complimentje voor mijn driving skills zullen we maar zeggen. Dat had ik vorige week nog niet kunnen vermoeden, toen ik gillend en met giiiiieeeerende banden over een ernstig heuvelig terrein (later meer) scheurde. Gezellig was het trouwens wel in Kaikoura zelf, maar zoals gezegd, later meer.

Eens even nadenken over wat er de afgelopen twee weken allemaal heeft lopen te gebeuren. Is het al zo lang geleden dat ik verslag heb gedaan!? Ja. Jeetje. Time flies when you’re picking gerberas. Djurbrahs, op z’n Engels uitgesproken. Klinkt als een geslachtsziekte. ‘Oh, that cute guy in the hostel gave me gerberas!’ ‘Yikes, have you seen a doctor about that yet?’ Zoiets. Anyways, dat heb ik de afgelopen twee weken dus vooral gedaan. Djurbrahs plukken/bundelen/verpakken/in emmers water op een kar zetten, bedoel ik dan dus he!? 4 dagen werken, 3 dagen chillen. In principe ‘hoef’ ik maar 24 uur in de kas aanwezig te zijn en te doen alsof ik werk om huur + stroom te kunnen betalen en dat kan ook best in drie dagen maar als ik NET iets meer doe kan ik ook nog bier/benzine/chocola kopen van m’n salaris en dus in principe in al m’n primaire levensbehoeften voorzien. Hartstikke dikke prima deal zo. En als ik eens een dagje minder wil werken omdat ik dringend een extra dag in de week moet Avontureren (of ver moet rijden van/naar een Avontuur) dan kan dat ook, in theorie. Of het in de praktijk ook zo werkt moet ik nog ontdekken. Ik kan toch niet anders dan achterdochtig worden van die ‘relaxte’ werkhouding hier, dat KAN NIET echt zo zijn… toch?

Werkperikelen
Hoewel…. Omdat we momenteel een klein beetje onderbezet zijn moeten er her en der wat aanpassingen worden gedaan. Met z’n drieën een hele fokking kas plukken op één dag bleek onbegonnen werk dus kwam daar het systeem van De Stokjes. Wanneer er meerdere rijen van één bepaalde soort zijn druk je een Stokje in de rij die je NIET plukt, dan kunnen de volgende plukkers (2 dagen later) die rijen plukken en zijn alle soorten toch in de bossen vertegenwoordigd. Tot zover helder? Mooi, gaan we het ingewikkelder maken. In de instructies voor de volgende plukronde, twee dagen later, las ik dat we na het plukken van de rijen MET De Stokjes, De Stokjes moesten verzetten naar de rijen ZONDER stokjes, zodat de dan volgende plukdag de plukkers weer de rijen MET Stokjes konden doen. Dat bleek ingewikkeld, we waren met z’n 3en. Wanneer verzet je dan zo’n Stokje? Doe je dat VOOR of NA dat je een rij geplukt hebt? En hoe weten de anderen dan of het een rij is waar al een Stokje in zat of waar net een Stokje ingezet is? Hmmm, moeilijk. Er werd door drie mensen lang over gesproken, maar echt een goed systeem kwam er niet uit…en ik dacht alleen maar: IS DIT ECHT? MAAKT IEMAND EEN GRAP?  Ik had me ernstig voorgenomen dat ik vooral NIET na zou denken tijdens mijn werkzaamheden. Geen initiatief zou gaan tonen, geen verantwoordelijkheden naar me toe zou gaan trekken en maar vooral gewoon zou doen wat iemand anders zegt/vindt dat ik moet doen… ongeacht wat ik daar zelf van vind. Een manier van werken dat me niet HEEL gemakkelijk af gaat, doorgaans. Maar nu kon ik me toch echt niet meer inhouden. Ik werkte die dag met Kuit en Zumba. Kuit is van de fitte bejaarden wandelgroep en Zumba heet zo omdat ze dat drie keer in de week doet en jarenlang instructrice is geweest. Schat van een mens. Ergens dik in de zestig, getrouwd met een Italiaan, heeft een geblondeerd kapsel MET pony en giechelt om praktisch alles wat je zegt om te verbergen dat ze er eigenlijk geen kut van heeft verstaan omdat ze aan één oor doof is.  Voor degenen die het nog niet door hadden, na 15 minuten ouwehoeren over al dan niet geplukte rijden met/zonder Stokjes heb ik toch maar voorgesteld De Stokjes gewoon te laten staan en de instructie voor de volgende groep plukkers aan te passen zodat zij dan de rijen ZONDER stokjes zouden plukken…. Want dat is immers efficiënt. Godsamme, wat een openbaring!

Over ‘efficiënt’ gesproken. De Racist heeft zo zijn eigen regels en uren. Hij bepaalt lekker zelf wat hij gaat doen, wanneer hij dat doet en hoe lang hij dat doet. En in zijn geval is dat gewoon de meest dichtstbijzijnde emmer met gerbera’s pakken en daar bosjes van 5 van maken, zonder verder ook maar ergens rekening mee te houden. Werkelijk IEDEREEN vindt het stom, heeft er last van en praat erover met andere collega’s WANT maar zo’n 5% van de bestellingen dient op deze manier verwerkt te worden en DUS moet aan het einde van de dag (wanneer de Racist is vertrokken) iemand AL zijn werk weer ongedaan zien te maken/herstellen maar werkelijk NIEMAND doet iets met deze frustratie. Dat is ‘des Kiwi’s’ blijkbaar. Potverdikkeme, hier kan ik niet mee werken…. En dus heb ik, heel subtiel, bij het ‘management’ gecheckt of ze zich er bewust van zijn dat De Racist op de vrijdagochtend bijvoorbeeld alle gerbera’s die wij tot dusver hadden geplukt op ‘zijn’ manier verwerkt had? Daar waren ze zich niet bewust van maar het verbaasde ze ook niet, was het antwoord. En einde. Euh, oke? Toen voelde Kuit zich geïnspireerd door mijn heldhaftige optreden (ooooh, zo goed dat je er iets van gezegd heb, zouden wij Kiwi’s NOOIT kunnen, aldus Zumba) en besloot aan het einde van de werkdag nogmaals bij Management aan te kaarten dat De Racist op deze manier wel voor erg veel extra, en onnodig, werk zorgde. Waarna zij te horen kreeg dat het niet haar zaken waren en dat Management toch zeker zelf moest weten of ze iemand wilden betalen om het werk van De Racist ongedaan te maken…. En toen heb ik het losgelaten. Fluitend aan het einde van de dag alle bosjes weer uit elkaar getrokken en nieuwe, andere, bundels van gemaakt. Not my circus, not my monkeys. Heeeeeeeerlijk! Als ik deze mindset ook naar het onderwijs kan vertalen ligt er misschien toch nog een glorieuze toekomst in onderwijsland in mijn verschiet.

Rattengate en ander dierennieuws
Tijdens een werkpauze kwam een collega trouwens met een anekdote dat mijn leven voorgoed heeft veranderd. In eerste instantie moest ik er vooral heel erg hard om lachen maar sindsdien heb ik de gebeurtenis wat laten bezinken en is pas echt tot me doorgedrongen wat voor gevolgen dit verhaal voor de rest van mijn tijd in Nieuw-Zeeland, en misschien wel voor de rest van mijn tijd op deze planeet, heeft. De collega in kwestie vertelde de anekdote over een vriendin van haar. Deze vriendin was op een nietszeggende woensdagochtend naar de plee gegaan, heeft daar een bruine trui gebreid en was bezig met een keurig opgevouwen stuk WC papier haar bips af te vegen toen ze plotseling IN HAAR HAND WERD GEBETEN! Zo, HAP! In d’r HAND! Reken maar dat je je dan de pleuris schrikt. De vriendin stond KRIJSEND op en zag toen nog NET een dikke rat weer terug de pot in duiken om vervolgens uit het zicht de afvoer in te zwemmen. Dikke paniek, stress, bloedende hand. Vrouw voor het leven getraumatiseerd. Ik geloof niet dat een mens dit OOIT te boven kan komen. Serieus Tessa, daar kan geen EMDR/ CGT tegenop. En dan had ze nog geluk dat het slechts haar HAND was waarin werd gebeten, stel je voor joh…. Anyways. Ik moest in eerste instantie dus heel erg hard lachen. Maar toen bleek dit vaker voor te komen hier. Ratten kunnen in de septic tanks terecht komen (vinden ze lekkah) en zwemmen dan doodleuk omhoog je pleepot uit. AAAAAAAAHHHHHHH!!!! En. Omdat ik inmiddels heb ontdekt dat het knagende geluid dat uit mijn bungalowtje komt tijdens de schemering NIET door Cheryl, Joe of Greg wordt veroorzaakt maar door ratten op het dak/in de muren ben ik er van overtuigd dat mij dit dus ook gaat gebeuren. Een toiletbezoek wordt nooit meer zoals het was.

En nou had ik met al die motten en spinnen al genoeg dierenellende, vond ik zelf. Ik hou ramen en deuren STIJF dicht en TOCH zit er iedere fokking dag een dikke zwarte mot in de badkamer, en nee, dat is niet steeds dezelfde want ik maak ze IEDERE dag hartstikke dood. Overal zitten motten en spinnen. Ik kan geen laatje opentrekken, gordijn opzij schuiven, schoen aantrekken, theekopje op het aanrecht laten staan of er komt een spin/mot uit. In de wasbak lag van de week ineens een moddervette krekel te creperen. Hoe dat heeft kunnen gebeuren is me nog steeds een raadsel maar ik ben blij dat ik nog NET op tijd door had dat dat zwarte ding pootjes had die bewogen voordat ik het aan de kant zou schuiven. Iiiiiieeeeeeee… En motten gaan ook zo lelijk en dramatisch dood. Smerige beesten. Ik heb er serieus zelfs één gewoon al fladderend zien sterven, nog VOOR ik überhaupt in staat was het beest uit de lucht te meppen. Het ene moment fladderde het kreng nog en het volgende moment stortte het zwaar dramatisch ter aarde (lees: tapijt) alwaar het middenin mijn woonkamer op z’n rug een beetje dood lag te zijn. Ik heb in de anderhalve maand dat ik hier ben al vaker de stofzuiger gepakt dan in de bijna 2 jaar dat Martijn en ik samenwonen. (zegt minder dan het zou moeten…) Zodra het buiten donker wordt en ik in huis de lichten aan doe begint het gebons op de ramen. Hordes motten werpen zichzelf dan continu tegen het glas en ik snap het gewoon niet. Kan iemand mij uitleggen waarom die beesten zo WILD worden van een gloeilamp? Je kunt er niet van vreten of seks mee hebben dus WAT is precies de aantrekkingskracht!? En waarom heeft Evolutie hier nog niets aan gedaan? Ik kan er wel boos van worden.  

Akaroa


Zondag 6 maart de eerste flinke trip met Scotty, de Japannert. Ik ging naar Akaroa, dorpje op de Banks Peninsula, de pukkel die je op de kaart bij Christchurch ziet uitsteken. Ergens in de dagen ervoor had collega Zumba me tussen neus en lippen door gevraagd of ik veel ervaring heb met door bergpassen rijden. Neuh, doet Martijn altijd. Waar ze in de landen waar ik tot nu toe heb gereden vaak netjes met een hellingspercentage aangeven wat je kunt verwachten doen ze dat hier niet, denk dat niemand zin heeft gehad dat op te meten. Ze geven wel aan hoe hard je ongeveer door de bochten zou kunnen scheuren. En als er als adviessnelheid 35 staat dan doe ik dat dus braaf. Ondanks dat heb ik toch enorm met samengeknepen billen achter het stuur gezeten die zondag. WAT een route!  echt alle kanten op, steil omhoog en dan weer steil omlaag, strak langs de rotsen en strak langs enorme afgronden. Ik had m’n raam open en heb denk ik menig lokale wandelaar bereikt met m’nOHSHITOHSHITKUTFUCKAAAAAAAAHHHHHKAKOHNEEREMMENREMMENREMMEN! Stiekem voelde ik me een beetje een soort Top Gear coureur en omdat mijn autoradio om de paar minuten opnieuw opzoek moet naar de frequentie heb ik mijn eigen rit maar gevoice-overd als een ware Jeremy Clarkson (voordat hij ontslagen werd). Zoals met zoveel dingen in het leven ging ook dit meer om de reis dan om de eindbestemming want Akaroa zelf was vreselijk toeristisch. Er waren net een paar cruiseschepen aangemeerd en omdat Akaroa ooit een soort Franse nederzetting is geweest zijn de straatnamen nog in het Frans en trekt dat gek genoeg nogal veel… Fransen. En die vind ik in Europa, op vakantie, doorgaans al slecht te pruimen dus daar ga ik me hier zeker niet mee bemoeien. Het was ook weer zo’n 30 graden  dus na het dorpje afgesjouwd te hebben heb ik maar een portie fish ’n chips gegeten en ben ik met een verbrande neus weer teruggereden AAAAAAAAAAHHHHSHITFUCKKUTNIETTEHARDREMMENTRUTOKEEEEEHAALMEMAARINDANALSJEZONHAASTHEBT! Oke, nu kan ik wel autorijden in Nieuw-Zeeland denk ik.

The Asian Invasion
Mijn eerste meerdaagse tripje heeft 7 en 8 maart plaatsgevonden. Op maandag 7 maart moest ik ’s ochtends om half 8 op het treinstation van Christchurch zijn voor de TranzAlpine treinrit dwars over de breedte van het Zuider eiland met als eindbestemming Greymouth. De rit wordt aangeprezen als één van de mooiste treinroutes ter wereld en ik denk dat ze hiermee vooral adverteren in bejaardentehuizen. En in Azië. Zelden zoveel bejaarden en Aziaten bij elkaar gezien (en geroken. En gehoord). In 4 uur tijd heeft een vrouwelijke voice-over me via een koptelefoon bijgepraat over het ontstaan van de Southern Alps, de mensen die het gebied in kaart hebben gebracht (serieus, ze hebben hier bergen die Mount Terrible en Mount Miserable heten, te gek!) en alle planten/dieren die er voorkomen. Ik hou d’r van en wilde er ALLES over horen/weten. De treinrit was ook zwaar indrukwekkend, aan de oostelijke kant van de bergen was het droog, waren de bergtoppen kaal (maar daarom niet minder imposant) en de vlaktes uitgebreid. Aan de westkust, voorbij Arthur’s Pass, werd de wereld een stuk groener (en natter!) en groeiden er enorme varens langs het spoor. Het schijnt dat de rit nog mooier is in de winter en in het voorjaar, wanneer er nog sneeuw op de bergen ligt (dit gebied figureerde als de Misty Mountains in Lord of the Rings…) maar ik werd er nu ook heel erg blij van. Foto’s maken bleek wat lastig vanachter glas en er was wel een soort open treinstel ergens om goeie foto’s te kunnen maken maar dat vond ik even niet zo belangrijk… bovendien had ik om daar terecht te kunnen eerst een aantal Aziaten overboord moeten flikkeren denk ik en dat ging me wat te ver.



In mijn oneindige koppigheid had ik ’s ochtends m’n regenpak uit mijn rugtas gehaald (het was immers zonnig!) en had ik gewoon m’n Vans aangetrokken in plaats van wandelschoenen en dat heeft mijn plan voor de eindbestemming wat beïnvloedt. Het regende namelijk in Greymouth. Sowieso een zwaar deprimerende plek met heel veel beton en fastfoodketens. En 17-jarige Duitsers en Duitsinnen die massaal de MacDonalds bevolken voor de gratis WiFi. Dan maar winkelen. Ik heb mezelf getrakteerd op een Kleurboek voor Volwassenen en een groot pak gekleurde pennen/stiften. Lekker relaxt kleurplaten inkleuren, daar wordt een mens vast heel kalm van, dacht ik. (kom ik op terug).

Één van m’n doelstellingen van dit tripje was om eens met wat mensen te spreken die NIET ruimschoots de 60 gepasseerd zijn (no offence, trouwens) en daarom had ik dus een nachtje in een hostel geboekt. Op de kamer trof ik op het onderste deel van een stapelbed een Zwitsere deerne waarvan ik dacht dat ze ongeveer van mijn leeftijd zou zijn. Ze bleek 20. En waar IK heel erg behoefte had aan contact liet ZIJ vooral blijken dat ze HE-LE-MAAL klaar was met hostels, oppervlakkige praatjes met mensen die je toch nooit meer ziet, steeds maar weer moeten uitleggen waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat. Ernstig vermoeiend vond ze. Oke, doei. Ik ga wel in m’n eentje naar de MacDonalds voor een troosteloos frietje en een cheeseburger als avondeten dan. Bij terugkomst op de kamer toch nog een leuk gesprek met haar en een Portugese gehad waaruit bleek dat ze eigenlijk gewoon als Zwitserse deerne redelijk gehandicapt is in NZ, te jong om een auto te huren en niet in staat om een werkvisum te krijgen omdat Zwitserland geen dealtjes met NZ sluit en dat ze daarom gillend drie maanden eerder dan gepland naar Australië vertrekt. Door dit gesprek bedacht ik me wel weer even dat ik toch wel heel gezegend ben met mijn eigen bungalowtje en auto hier.  

The Bachelor

Over m’n tweede meerdaagse tripje, van afgelopen week, heb ik ook nog genoeg te te vertellen maar dat moet even wachten. Eerst koken en The Bachelor kijken. Jaja… op aanraden van Oma, want de Vrijgezel die meedoet is de zoon van iemand die hier het hout levert (okeeeeeee…) dus die kennen ze. Iedereen kent iedereen hier. Ongelooflijk. Vorige week al iets van gezien en ik vind het heerlijk hysterisch. Ik schaam me er niet eens voor. Ik heb hetzelfde met Hollands Next Top Model. Ook zo’n gênant programma met ontzettende kutwijven (wordt zo gemonteerd, weet ik heus, in het echt zijn al die vrouwen echt su-perlief, heus. Snap ik.) die liever elkaar KAPOT maken dan dat ze zelf willen winnen. Ik hou d’r van.