woensdag 23 maart 2016

Wearing my Lokkie socks


Kia Ora! Woensdagavond, half 7. Tijd voor wat statistieken. Ik ben vandaag precies 7 weken geleden vertrokken naar de Andere Kant van de Wereld. Ik heb al 23 dagen in de kas gewerkt. 7 keer boodschappen gedaan, 4 keer m’n neus verbrand, in totaal zo’n 32 kilometer hardgelopen en (bijna) drie mega potten Nutella leeggevroten. Over 65 nachtjes  slapen komt Martijn ook deze kant op. Dan hebben we samen nog 29 dagen om zowel het Zuider als het Noorder Eiland te bereizen. Omdat IETS (kom ik op terug) ons 18 juni in Wellington plaatst betekent dit dat we samen 19 dagen Zuid en 10 dagen Noord gaan doen. Gisteren ben ik de heeeeeeeeeeeele middag bezig geweest daar een passend reisschema voor te maken. En dat terwijl het weer zo’n 28 graden was in Het Paradijs en ik niet hoefde te werken. Is dat dan niet zonde van je tijd, hoor ik u denken. Nee hoor, dat is het niet. De afgelopen drie vrije dagen heb ik geen REET gedaan en daar heb ik me maar één volledige dag en één ochtend wat schuldig over/rot om gevoeld.

Dat was vorige week wel anders, toen was ik 3 dagen in Kaikoura. Een trip die ik nooit meer zal vergeten (tenzij ik ooit weer eens een hersenschudding krijg dan).  Na mijn vorige verblijf in een hostel was ik deze keer iets kritischer bij het boeken van een slaapplek. Het hostel in Kaikoura dat ik uiteindelijk heb gekozen bestaat uit meerdere gebouwen en beschikt over een ‘female only’ dorm. Dat leek me wel een goed idee. Zondagochtend 13 maart al vroeg achter het stuur van Scottie gekropen, autoradio op standje burenruzie gedraaid, getankt en mezelf op ‘lollies’ (want zo noemen ze snoep hier) getrakteerd. Vervolgens binnen 5 minuten de hele zak winegums al weggewerkt en de bijna drie uur durende rit in één keer (en met een IETS te hoge suikerspiegel) gereden. Dat was NIET zo’n goed idee. Ondanks dat de rit niet zo spectaculair bochtig was als de rit naar Akaroa viel er nog steeds wel genoeg te gillen onderweg. Met name de laatste 10 kilometer, langs en DOOR de rotsen, heeft voor wat zweetdruppels op m’n bovenlip gezorgd. Uiteindelijk was ik ruim voor 12 ’s ochtends in het hostel, bleek het daar Lazy Sunday en kon ik pas ergens na 1 uur inchecken… Hmpf. Toen maar in het zonnetje wat gelezen en dus voor de 4e keer m’n neus verbrand. Ondanks factor 50. Zo’n dag was het. Een kleine 2 uur later had ik m’n zooi op de kamer gegooid (klein!), m’n gympen verruild voor teenslippers en liep ik zo’n 100 meter achter het hostel ZO het strand op. Daar de de rest van de dag wat rondgeslenterd en bij het lokale toeristenbureau een activiteit voor de volgende dag geboekt. 

















Degenen die mij al wat langer/beter kennen weten dat ik al vrij lang en heel erg graag walvissen in het echt wilde zien. In Zuid-Afrika was ik vier jaar geleden helaas net te laat en sindsdien heeft de wens om walvissen te spotten nog een extra lading gekregen. 2015 was voor mij een extreem kutjaar. Op meerdere fronten en om meerdere redenen. Soms heb je van die jaren. Één van de factoren die meespeelden was de ziekte van mijn vader. Een week voor ik op het vliegtuig hier naartoe stapte is mijn vader overleden. Bijna precies een jaar nadat hij te horen had gekregen dat hij asbestkanker had. Ondanks dat ik het ziekteproces niet van heel dichtbij heb meegemaakt en de band met mijn vader vrij ingewikkeld was heb ik hem op de allerlaatste dag dat hij leefde nog uitgebreid gesproken. Onder andere over walvissen.

*** En wat nu volgt is een beschrijving van de dag zoals IK die beleefd heb. Ik ben niet heel (bij)gelovig of spiritueel en ik snap heus dat meerdere mensen dit stellen en dan alsnog met een enorm zweverig kutverhaal op de proppen komen maar dat kan me lekker even helemaal niks schelen. *** 

Maandag was het zonnig en warm, net als de dagen daarvoor. In principe gunstige omstandigheden om walvissen te zien. En toch hadden ze daar in de dagen voor 14 maart niet zo heel veel succes mee gehad. Een kamergenootje in het hostel had de dag ervoor bijvoorbeeld, rond dezelfde tijd als ik zou gaan, tijdens de bijna drie uur durende tour slechts één drijvend obstakel in de verte gezien wat eventueel, met een klein beetje fantasie, voor een walvis zou kunnen doorgaan. Het had ook een Russische onderzeeër kunnen zijn. Of een baantjes trekkende Erica Terpstra. Het succespercentage van Whale Watch Kaikoura is echter wel zo’n 96% en per vaart zien ze gemiddeld zo’n 1-2 walvissen dus ondanks de slechte ervaring van m'n kamergenote had ik nog wel goede hoop. Eenmaal op de boot werd het een en ander uitgelegd over de zoekprocedure (iets met een microfoon aan een hengel en heel veel weerkaatsende decibellen onder water) en werd benadrukt dat je echt geen loser bent als je last hebt van zeeziekte, want daar hebben ze iedere vaart mee te maken. Ik luisterde maar met een half oor vanaf mijn stoel aan de linker voorzijde van de boot. Naast me zat een ouder stel. Die kom ik hier nogal veel tegen, oudere stellen. We hadden net een paar kleine beleefdheden uitgewisseld  (ja, ik ben inderdaad ver van huis ja…) en waren nog maar zo’n 10 minuten onderweg toen vanaf the driver’s seat (because you DRIVE a boat) intens enthousiast gekwetter opsteeg. Daar was de eerste walvis al! We hoefden niet eens op zoek! De deuren gingen open en we mochten over de reling proberen om een goede foto te maken. De walvis dook op aan de linker voorzijde van de boot en ondanks dat ik het tergend trage oudere stel voor moest laten gaan had ik veruit de beste plek om De Walvis te zien. En vanaf dat punt kwamen de tranen en heb ik bijna twee uur lang gehuild. Van geluk. Van verdriet. Van alles van het afgelopen kutjaar. Tranen van Het Leeeeeeeeven, zoiets.Walvis nr. 1 dook prachtig onder, we zaten NET goed en wel weer op onze stoel en een man aan de overzijde van het gangpad had NET z’n 3e kotszak volgebrokkeld toen Walvis nr. 2 al werd gesignaleerd! Wederom aan de linkervoorzijde van de boot, en weer had ik een prachtige plek om het beest onder te zien duiken. Wat een geluk. Toen we binnen 5 minuten na die duik een signaal kregen dat een derde walvis op nog geen mijl afstand was opgedoken merkte je ook aan de crew dat het een Goede Dag was. Inmiddels had de oudere vrouw naast mij de tranen over mijn wangen zien rollen en kreeg ik een bemoedigend schouderklopje, 'indrukwekkende beesten he?' Yup…. En toen kwam Walvis nr. 4, net als de vorige 3, PRECIES aan mijn kant van de boot binnen zicht, op steenworp afstand van mijn plekje aan de reling, en werd ik aangestoten door de reisleidster ‘Sooooo, you must be wearing your lucky socks today!?’ Zoiets ja. Echt vreselijk indrukwekkend. Walvissen verblijven doorgaans zo’n 10 minuten aan de oppervlakte voor ze zo’n 30 minuten tot 2 uur onder water op zoek gaan naar eten en Walvis nr. 4 heb ik bijna de volledige 10 minuten kunnen bewonderen. Het was de grootste die we die dag gezien hebben en toen hij onderdook heb ik niet alleen een goeie foto kunnen maken maar ook afscheid genomen.
Bedankt pa.




Oh. En er waren ook dolfijnen. Ook leuk.


Na de boottocht ben ik gaan wandelen, eerst een stuk over het strand, waar ik een puntgaaf exemplaar van een Paua schelp heb gevonden (fuck you, bitcheeeees, om die dingen voor 8 dollar te verkopen in souvenirwinkels!) en toen zo’n 5 uur langs de Kaikoura Peninsula. Op m’n gympen. De wandeling zou eigenlijk maar zo’n 3 uur moeten duren maar ergens onderweg heb ik een paaltje gemist. Kon me niks schelen. Toen ik na zo’n 5 uur wel heel erg zere voeten begon te krijgen en voor het eerst sinds lange tijd weer mensen tegenkwam heb ik maar eens voorzichtig geïnformeerd hoever ik ongeveer van m’n eindbestemming was. Dat bleek hemelsbreed nog geen 50 meter. Ik moest alleen nog een straat oversteken en dan het wandelpad naar beneden volgen. Moe maar uitermate voldaan in het hostel op de bank geploft en die nacht op de veel te kleine kamer, bovenin een stapelbed, als een bLOK geslapen. Zoals al eerder gezegd de volgende dag terug naar m’n bungalowtje gereden met twee Duitse en schlafende lifters aan boord.



Afgelopen zaterdag naar de 3e en voor mij tevens (voorlopig!) laatste thuiswedstrijd van The Crusaders geweest. Na deze wedstrijd vertrokken de mannen voor een paar weken naar Zuid-Afrika om dat deel van de competitie even af te werken. De wedstrijd van afgelopen zaterdag werd gespeeld tegen de Southern Kings uit Port Elizabeth, een nieuw team dat op de laatste plek in de ranglijst staat (hoooooooi, Pé, your team sucks! Haha!). Voor deze gelegenheid hadden the Crusaders een B-team opgesteld. Dus ZONDER Kieran Read. Kak. Na afloop van de wedstrijd zouden ze het veld open gooien voor het publiek (eigenlijk voor kinderen….) en het was mijn plan om een Selfie met de nieuwe captain van de All Blacks te scoren, dat leek nu dus mooi niet te gaan gebeuren. Potverdikkeme. Oma was dit keer weer mee dus dat betekende dat we in ieder geval weer vlak naast de reservespelers in het stadion zaten. Ik zat aan het gangpad. En aan de andere kant van het gangpad zat Kieran Read. Oooooooooh! Nouja. Er zaten nog wel drie ander spelers tussen maar omdat ik echt geen flauw idee had wie dat waren vergeten we dit detail even. Ik laat me echt een beetje te veel meeslepen in het hysterische fangedrag van oma.  Zij vertelde dat de selectie van het team bij dezelfde supermarkt boodschappen doet als ik (jaja…) en dat de kans om spelers tegen te komen het grootst is wanneer je ’s avonds tegen sluitingstijd die kant op gaat. Oma heeft nog net niet aangeboden om daar met mij een kampje op te zetten maar ik ben ervan overtuigd dat ze er toe in staat is. Dit kwam overigens ter sprake (als Plan B) omdat ik weigerde haar toestemming te geven Kieran Read aan z’n jasje te trekken terwijl hij gewoon kalm naar de wedstrijd zat te kijken. Ik vind dat toch wat gênant. Niet iedereen heeft daar last van, blijkbaar. Na afloop van de wedstrijd stoven de reservespelers met een rotgang de catacomben in richting kleedkamer en was het vrij duidelijk dat ik die Selfie wel op m’n buik kon schrijven dus toen heb ik me na lang aandringen van Opa en Oma, toch maar in de rij voor Sam Whitelock gevoegd. Oj oj oj, wat vond ik dat ongemakkelijk. Enerzijds omdat ik natuurlijk zo’n 20 jaar ouder (en 20 centimeter langer!) ben dan de doelgroep van deze signeersessie, en anderzijds omdat ik het eigenlijk ook vrij suf en belachelijk vind in de rij te gaan staan om een handtekening + foto te vragen van een 27-jarige Kiwi die toevallig goed kan rugbyen. En toch ben ik, uiteraard, blij dat ik het gedaan heb. Ik vind dat de foto (met filter) een mooie weergave is van mijn gevoel over deze toestand.



Ongemakkelijk maar toch ook kinderlijk blij.

4 opmerkingen:

  1. Mooooooooooooooi verhaal weer Grietje!! Skijt aan ongemakkelijkheid, je staat er prachtig op deerne :)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat fijn dat je ook eens veel geluk kunt hebben bij je whale-tour. Mooi om te lezen over je ontlading. Die staart lijkt net een duim (vind ik). Leuk dat je lkkr de rugbyfan uit kunt hangen bij wedstrijden van Crusaders. Dikke kus, Jette

    BeantwoordenVerwijderen