Kia Ora! Woensdagavond, half 7. Tijd voor wat statistieken.
Ik ben vandaag precies 7 weken geleden vertrokken naar de Andere Kant van de
Wereld. Ik heb al 23 dagen in de kas gewerkt. 7 keer boodschappen gedaan, 4
keer m’n neus verbrand, in totaal zo’n 32 kilometer hardgelopen en (bijna) drie
mega potten Nutella leeggevroten. Over 65 nachtjes slapen komt Martijn ook deze kant op. Dan
hebben we samen nog 29 dagen om zowel het Zuider als het Noorder Eiland te
bereizen. Omdat IETS (kom ik op terug) ons 18 juni in Wellington plaatst
betekent dit dat we samen 19 dagen Zuid en 10 dagen Noord gaan doen. Gisteren
ben ik de heeeeeeeeeeeele middag bezig geweest daar een passend reisschema voor
te maken. En dat terwijl het weer zo’n 28 graden was in Het Paradijs en ik niet
hoefde te werken. Is dat dan niet zonde van je tijd, hoor ik u denken. Nee
hoor, dat is het niet. De afgelopen drie vrije dagen heb ik geen REET gedaan en
daar heb ik me maar één volledige dag en één ochtend wat schuldig over/rot om
gevoeld.
Dat was vorige week wel anders, toen was ik 3 dagen in Kaikoura.
Een trip die ik nooit meer zal vergeten (tenzij ik ooit weer eens een
hersenschudding krijg dan). Na mijn
vorige verblijf in een hostel was ik deze keer iets kritischer bij het boeken
van een slaapplek. Het hostel in Kaikoura dat ik uiteindelijk heb gekozen
bestaat uit meerdere gebouwen en beschikt over een ‘female only’ dorm. Dat leek
me wel een goed idee. Zondagochtend 13 maart al vroeg achter het stuur van
Scottie gekropen, autoradio op standje burenruzie gedraaid, getankt en mezelf
op ‘lollies’ (want zo noemen ze snoep hier) getrakteerd. Vervolgens binnen 5
minuten de hele zak winegums al weggewerkt en de bijna drie uur durende rit in
één keer (en met een IETS te hoge suikerspiegel) gereden. Dat was NIET zo’n
goed idee. Ondanks dat de rit niet zo spectaculair bochtig was als de rit naar
Akaroa viel er nog steeds wel genoeg te gillen onderweg. Met name de laatste 10
kilometer, langs en DOOR de rotsen, heeft voor wat zweetdruppels op m’n
bovenlip gezorgd. Uiteindelijk was ik ruim voor 12 ’s ochtends in het hostel,
bleek het daar Lazy Sunday en kon ik pas ergens na 1 uur inchecken… Hmpf. Toen
maar in het zonnetje wat gelezen en dus voor de 4e keer m’n neus verbrand.
Ondanks factor 50. Zo’n dag was het. Een kleine 2 uur later had ik m’n zooi op
de kamer gegooid (klein!), m’n gympen verruild voor teenslippers en liep ik zo’n
100 meter achter het hostel ZO het strand op. Daar de de rest van de dag wat
rondgeslenterd en bij het lokale toeristenbureau een activiteit voor de
volgende dag geboekt.


Degenen die mij al wat langer/beter kennen weten dat ik al vrij lang en heel erg graag walvissen in het echt wilde zien. In Zuid-Afrika was ik vier jaar geleden helaas net te laat en sindsdien heeft de wens om walvissen te spotten nog een extra lading gekregen. 2015 was voor mij een extreem kutjaar. Op meerdere fronten en om meerdere redenen. Soms heb je van die jaren. Één van de factoren die meespeelden was de ziekte van mijn vader. Een week voor ik op het vliegtuig hier naartoe stapte is mijn vader overleden. Bijna precies een jaar nadat hij te horen had gekregen dat hij asbestkanker had. Ondanks dat ik het ziekteproces niet van heel dichtbij heb meegemaakt en de band met mijn vader vrij ingewikkeld was heb ik hem op de allerlaatste dag dat hij leefde nog uitgebreid gesproken. Onder andere over walvissen.
*** En wat nu volgt is een beschrijving van de dag zoals IK die
beleefd heb. Ik ben niet heel (bij)gelovig of spiritueel en ik snap heus dat meerdere
mensen dit stellen en dan alsnog met een enorm zweverig kutverhaal op de proppen
komen maar dat kan me lekker even helemaal niks schelen. ***
Bedankt pa.
Oh. En er waren ook dolfijnen. Ook leuk.
Na de boottocht ben ik gaan wandelen, eerst een stuk over
het strand, waar ik een puntgaaf exemplaar van een Paua schelp heb gevonden
(fuck you, bitcheeeees, om die dingen voor 8 dollar te verkopen in
souvenirwinkels!) en toen zo’n 5 uur langs de Kaikoura Peninsula. Op m’n
gympen. De wandeling zou eigenlijk maar zo’n 3 uur moeten duren maar ergens
onderweg heb ik een paaltje gemist. Kon me niks schelen. Toen ik na zo’n 5 uur
wel heel erg zere voeten begon te krijgen en voor het eerst sinds lange tijd
weer mensen tegenkwam heb ik maar eens voorzichtig geïnformeerd hoever ik
ongeveer van m’n eindbestemming was. Dat bleek hemelsbreed nog geen 50 meter. Ik
moest alleen nog een straat oversteken en dan het wandelpad naar beneden
volgen. Moe maar uitermate voldaan in het hostel op de bank geploft en die
nacht op de veel te kleine kamer, bovenin een stapelbed, als een bLOK geslapen.
Zoals al eerder gezegd de volgende dag terug naar m’n bungalowtje gereden met
twee Duitse en schlafende lifters aan boord.
Afgelopen zaterdag naar de 3e en voor mij tevens (voorlopig!)
laatste thuiswedstrijd van The Crusaders geweest. Na deze wedstrijd vertrokken
de mannen voor een paar weken naar Zuid-Afrika om dat deel van de competitie
even af te werken. De wedstrijd van afgelopen zaterdag werd gespeeld tegen de
Southern Kings uit Port Elizabeth, een nieuw team dat op de laatste plek in de
ranglijst staat (hoooooooi, Pé, your team sucks! Haha!). Voor deze gelegenheid
hadden the Crusaders een B-team opgesteld. Dus ZONDER Kieran Read. Kak. Na
afloop van de wedstrijd zouden ze het veld open gooien voor het publiek
(eigenlijk voor kinderen….) en het was mijn plan om een Selfie met de nieuwe
captain van de All Blacks te scoren, dat leek nu dus mooi niet te gaan
gebeuren. Potverdikkeme. Oma was dit keer weer mee dus dat betekende dat we in
ieder geval weer vlak naast de reservespelers in het stadion zaten. Ik zat aan
het gangpad. En aan de andere kant van het gangpad zat Kieran Read. Oooooooooh!
Nouja. Er zaten nog wel drie ander spelers tussen maar omdat ik echt geen flauw
idee had wie dat waren vergeten we dit detail even. Ik laat me echt een beetje
te veel meeslepen in het hysterische fangedrag van oma. Zij vertelde dat de selectie van het team bij
dezelfde supermarkt boodschappen doet als ik (jaja…) en dat de kans om spelers
tegen te komen het grootst is wanneer je ’s avonds tegen sluitingstijd die kant
op gaat. Oma heeft nog net niet aangeboden om daar met mij een kampje op te zetten
maar ik ben ervan overtuigd dat ze er toe in staat is. Dit kwam overigens ter
sprake (als Plan B) omdat ik weigerde haar toestemming te geven Kieran Read aan
z’n jasje te trekken terwijl hij gewoon kalm naar de wedstrijd zat te kijken.
Ik vind dat toch wat gênant. Niet iedereen heeft daar last van, blijkbaar. Na
afloop van de wedstrijd stoven de reservespelers met een rotgang de catacomben
in richting kleedkamer en was het vrij duidelijk dat ik die Selfie wel op m’n
buik kon schrijven dus toen heb ik me na lang aandringen van Opa en Oma, toch
maar in de rij voor Sam Whitelock gevoegd. Oj oj oj, wat vond ik dat
ongemakkelijk. Enerzijds omdat ik natuurlijk zo’n 20 jaar ouder (en 20
centimeter langer!) ben dan de doelgroep van deze signeersessie, en anderzijds
omdat ik het eigenlijk ook vrij suf en belachelijk vind in de rij te gaan
staan om een handtekening + foto te vragen van een 27-jarige Kiwi die toevallig
goed kan rugbyen. En toch ben ik, uiteraard, blij dat ik het gedaan heb. Ik
vind dat de foto (met filter) een mooie weergave is van mijn gevoel over deze
toestand.
Ongemakkelijk maar toch ook kinderlijk blij.

Mooooooooooooooi verhaal weer Grietje!! Skijt aan ongemakkelijkheid, je staat er prachtig op deerne :)
BeantwoordenVerwijderenAwwww, thanks Siemie!
VerwijderenSuper verhaal weer! Dikke knuffel
BeantwoordenVerwijderenWat fijn dat je ook eens veel geluk kunt hebben bij je whale-tour. Mooi om te lezen over je ontlading. Die staart lijkt net een duim (vind ik). Leuk dat je lkkr de rugbyfan uit kunt hangen bij wedstrijden van Crusaders. Dikke kus, Jette
BeantwoordenVerwijderen