Kia Ora! Zaterdagavond, kwart voor 8. Op de achtergrond hoor
ik de Blues spelen tegen de Sharks. Officeel zijn ‘we’ natuurlijk VOOR alle
Kiwi teams maar de Blues komen uit Auckland en Auckland is de vijand. Dus mogen
de Sharks winnen vandaag. Oooookeeeeeee… Super Rugby, daar heb ik het over,
trouwens. Tevens ben ik momenteel financieel herstellende van mijn heftige
Skydive-partij, moest ik om mijn extra vrije dag te compenseren deze week extra
werken in de kas en omdat er sinds deze week ineens vier nieuwe gezichten
rondlopen tussen de gerbera’s werd ik (als ‘ervaren werknemer’) vandaag verbannen
naar buiten. Alwaar ik op m’n hurken onkruid tussen de planten weg moest
pulken. Werken in de kas; iedere dag anders. /sarcasmeoff
Vanwege mijn financiële gesteldheid heb ik het avontureren
deze week dicht bij huis gezocht. Zoals in het vorige bericht reeds
aangekondigd heb ik maandag Castle Hill bezocht en ben ik dinsdag weer op pad
geweest met wandelclub Kunstgebit. Met name deze tweede activiteit is ernstig beïnvloedt
door hetgeen zich de nacht ervoor heeft voorgedaan dus me dunkt dat ik daar
maar eens mee moest beginnen.
Rattengate. Het houdt
niet op, niet vanzelf…
Maandagavond, vijf minuten voor middernacht. Ik lig al drie
uur met wijd open ogen te luisteren naar rattengespuis. Op nog geen 10
centimeter achter mijn hoofd probeert er één een weg naar binnen te vreten.
Althans, zo klinkt het. Zo’n 30 centimeter NAAST mijn hoofd probeert een ander
exemplaar hetzelfde. En ik kan wel honderd keer tegen mezelf zeggen dat ze echt
niet zomaar in m’n bed belanden maar daarmee krijg ik mezelf dus niet in
Slaapmodus. En wat doet een uiterst gefrustreerd mensch dan? Juist, anderen
lastigvallen met dit drama. M’n Baas en tevens Buurvrouw in dit geval. Via sms.
Of er in GODSNAAM iets te bedenken valt om van de ratten af te komen because
they’re driving me CRAZY! Direct nadat ik op ‘verzenden’ heb gedrukt moet ik
denken aan al die coaching modellen die je vertellen dat je vooral niet vanuit
emotie moet handelen. Schijt. TE LAAAAAT! En het had nog effect ook want de
volgende dag had ik een sms terug dat Buurman het hoe dan ook die dag nog zou
komen fixen. Fuck you, coaching goeroes!
Net na het avondeten stond hij op de stoep, de Buurman. Met
een ladder en een emmer aas. Deze man praat heel erg hard. IK denk dat HIJ
denkt dat dit zijn Zuidelijke accent beter verstaanbaar maakt (dat doet het
niet). Nu is mijn Engels gelukkig redelijk op niveau maar ik zou bijna
medelijden krijgen met de Punjabi’s in de kas. Wanneer Buurman hen iets
probeert uit te leggen kan ik hem aan de andere kant van het terrein nog horen
brullen. Enfin. The Rat exTerminator is in da house dus nu komt het goed.
Terwijl Buurman (dinsdagavond) het luik openschuift
kletteren er dikke klonten rattenstront naar beneden op mijn tapijt. Alsof je
een pak MEGA hagelslag leegschudt. “Ja, je moet dus straks even stofzuigen.” Joh.
Ergens toch ook wel fijn, deze bevestiging. Ik ben niet gek, het zit niet in m’n
hoofd, ik heb ECHT ratten in de flinterdunne wandjes van m’n accommodatie. “Ohja,
ik zie er nu al een stuk of vier liggen!” DOOD OF LEVEND!? “Noooouuuu, deze
zijn al een tijdje dood hoor! Bedenk me ook net dat het inderdaad wel even
geleden is dat ik voor het laatst aas heb uitgezet. Er is weinig meer van over…’
Godsamme, dat had je ook wel effe eerder kunnen bedenken, buurman! Terwijl ik
braaf de ladder vasthoud slingert Buurman brokken god-mag-weten-wat over het
dunne houten plafond en waarschuwt hij me dat ik het de komende dagen wel zal
horen wanneer de ratten die brokken aas naar hun holletje slepen. En ja hoor,
Buurman heeft de deur nog niet achter zich dicht gedaan of ik hoor de eerste
al. Het geluid van een knikker die over een stoeptegel rolt, dat idee. En ik
denk alleen maar STERF BITCHES, STERF! Doe maar lekker van die shizzle vreten
en STERF! TOE DAN! Hahaaaaa, de tijd dat jullie me uit m’n slaap halen is bijna
ten einde! You may have won the battle but I’ll win the bloody war! Daar sta je
dan, als 29-jarige met gebalde vuisten tegen een plafond te schreeuwen.
Nu, 3 dagen later, hoor ik nog steeds rollende knikkers en
krassende rattennageltjes dus slaap ik maar met oordoppen in. En zet ik vier
wekkers in plaats van de gebruikelijke drie, in de hoop dat er in ieder geval
één tussen zit waar ik niet doorheen slaap. Met als gevolg dat ik al drie
nachten op rij minimaal twee keer per nacht recht overeind schiet omdat ik meen
dat ik me heb verslapen. Of omdat ik er van overtuigd ben dat ik zojuist een
rat onder m’n kussen heb gevoeld. Oh, en het schijnt dat ze van dit soort ‘aas’
extra dorstig worden, vanuit de gedachte dat ze dan in stervende toestand proberen
je woning te verlaten op zoek naar water. En nu weet ik dus helemaal zeker dat
er dan dus één, als laatste terreurdaad voor zijn of haar onvermijdelijke dood,
vanuit m’n pleepot omhoog komt zetten om me in m’n reet te bijten terwijl ik
zit te kakken. Kut.
Alle tieners zeggen
JA!
Na al deze ellende ben ik dinsdagochtend vroeg (maar NET
iets later dan de bedoeling was…) in uiterst slaperige toestand achter het
stuur gekropen voor een date met de wandelclub. We moesten om 8 uur verzamelen
op een parkeerplaats net buiten Christchurch. Volgens Google Maps zou ik 20
minuten over dit ritje doen en omdat ik Google niet vertrouw had ik bedacht dat
ik dan minimaal 45 minuten van tevoren zou moeten vertrekken. Dat werden er 30.
Ergens raak ik ’s ochtends in comateuze toestand altijd zo’n 10 minuten van de
dag zomaar kwijt. Ik weet niet hoe dat werkt.
Om op de plek van bestemming te geraken moest ik een snelweg
oversteken. Je zou denken dat dat niet zo’n uitdaging zou moeten zijn maar ik
dreigde te laat te komen en het was INEENS spitsuur. Bovendien doen ze hier niet
aan verkeerslichten of rotondes of iets in die geest. Je zoekt het maar uit. Na
zeker tien minuten te hebben staan speuren naar een mogelijkheid om over te
steken was ik het zat en heb ik maar gewoon m’n ogen dicht gedaan en gas
gegeven. God zegene de greep, zoiets. Wonder
boven wonder heelhuids de overkant bereikt en toen plankgas richting
verzamelplek. Ik had nog maar een paar minuten. En wat gebeurt er dan? Juist,
dan rijdt er een fokkin’ bejaarde voor je die niet harder wil dan 60 op een weg
waar je (volgens mij?) 80 mag. Al vloekend en tierend het fossiel ingehaald en
flink afgesneden (dat laatste was niet helemaal de bedoeling maar deels het
gevolg van mijn slaperige toestand) en terwijl ik met m’n inhaalmanoeuvre bezig
was zag ik het monumentale wijf een knokige vuist opsteken en vanonder een asgrijze
wenkbrauwpartij met woeste blik mij een doodswens toewerpen. Jaja, dikke doei,
ouwe taart! Dan moet je maar doorrijden in dat lelijke koekblik van je!
Nog geen twee minuten later rijdt ze achter me aan de
parkeerplek op en blijkt mevrouw lid te zijn van de wandelclub. Oepsie. Ondanks
dat ik wel doorhad dat ik bij een eventuele escalatie zeker de bovenliggende
partij zou zijn heb ik me toch maar van m’n beste kant laten zien en mijn
nederige excuses aangeboden en hebben we intens gezellig samen een heuvel
opgesjouwd.
Bealey Spur track, een wandeling in Arthur’s Pass National
Park. Zo’n 12 km heen en terug. En dit keer kon ik zelfs met de fittere helft
van de wandelclub meekomen! De wandeling was prima te doen, deels door ‘beech forest’
en deels met uitzicht op Arthur’s Pass en de alpen. De afdaling was wel wat
saai en daarom vroeg de pretletter van de groep ons om een liedje te zingen. Ik
kan me dan doorgaans verschuilen achter het feit dat ik Buitenlander ben en
toch zeker geen Engelstalige liedjes kan zingen maar dit keer moest ik er toch
echt aan geloven. Bejaarden kunnen echt verschrikkelijk drammen. Omdat ik niet
kan zingen en niet zo snel iets anders ‘Dutch’ kon bedenken heb ik ze maar de onsterfelijk
sterke tekst van Ronnie Flex en Lil’ Kleine’s Drank & Drugs geleerd. Ik heb
ze verteld dat de zin ‘Alle tieners zeggen Ja tegen MDMA’ het Nederlandse
equivalent is van het spreekwoord ‘every cloud has a silver lining’. We hebben
het een paar keer moeten oefenen maar een groot deel van de groep kan de zin nu
in verstaanbaar Nederlands uitspreken. Oh, wat zou ik er graag bij zijn wanneer
één van de bejaarden nog eens een Nederlander treft.
Tot slot nog wat foto’s. Ik ben ten slotte in het Mooiste
Land ter Wereld en dat zullen jullie potverdorie weten ook!
Castle Hill:
Dit is het uitzicht vanaf de heuvel die je op de eerste foto rechts bovenaan ziet!
Arthur's Pass National Park, Bealey Spur Track:
#doei.










